Verhaal

De Romeinse veldheer Gaius Julius Caesar maakte tijdens zijn oorlogsvoering tegen de Galliërs  aantekeningen van de veldslagen én de volken die hij onderwierp. Hoewel zijn notities sterk gekleurd zijn door propaganda geven zij ons nu, bijna 2000 jaar later, een beeld van de toenmalige inheemse bewoners rondom onze provincie.

De Bataven, die van al deze volken het meest opvallen door hun moed, bewonen een eiland in de Rijn. Ooit maakten ze deel uit van de Chatten, maar na een interne vete trokken ze naar deze woonplaats, waar ze deel uitmaken van het Romeinse Rijk. 'Zij hebben nog steeds de eer en onderscheiding van een oud bondgenootschap, want ze worden niet vernederd met de plicht schatting te betalen, en geen tollenaar perst ze uit. Vrij van belastingafdrachten als ze zijn, zijn ze voorbestemd voor de strijd, alsof ze wapens en harnassen zijn die voor de oorlog worden gereserveerd’, aldus Publius Cornelius Tacitus, een Romeins historicus, in De origine et situ Germanorum, Germania 4.38.

Bataven

Dankzij Caesars geschriften weten wij nu welke volkeren zich in welke gebieden begaven. Het Middelnederlandse gebied werd bewoond door zowel Germaanse als Keltische volkeren. Volgens latere Romeinse geschiedschrijvers hebben de soldaten van het Romeinse leger in het huidige Utrecht te maken gehad met de Bataven, een Germaans volk. De Bataven kwamen officieel uit het Midden-Duitse Hessen. Ze kwamen naar onze streken tussen de jaren 50 en 12 voor Christus, vrijwillig of op het bevel van de Romeinen. De partijen zagen elkaar als vrienden en bondgenoten. De Bataven hoefden geen belasting te betalen. Wel moesten zij soldaten leveren voor het Romeinse leger. De Bataafse soldaten en hun vechtkunsten waren favoriet bij de Romeinen.

Soldaten van de elite

In het hele Romeinse rijk staan de Bataven bekend als uitstekende soldaten. Uit hen kwamen behalve soldaten ook gladiatoren voort en verschillende keizers hadden een Bataafse lijfwacht. De verschillende Bataafse legertjes waren binnen de gemeenschap van het volk ondergeschikt aan de leiders en de elite: de ‘hoge heren’ met veel grond en ondergeschikten. Bij deze mannen zochten de Romeinen aansluiting, zodat zij de beschikking konden krijgen over deze kundige legertjes en hen konden inzetten voor hun eigen doelstellingen. Ter verdediging tegen de vijandige stammen uit het noorden, bijvoorbeeld!

Tactische vriendschappen

Deze slimme strategische zet kwam van de Romeinse Stadhouder Marcus Vipsanius Agrippa. Het inzetten van goedgezinde inheemse stammen ter verdediging tegen vijandige stammen is een bekende Romeinse tactiek. Door de Bataven en de aan hen verwante groep, de Cananefaten, naar de huidige Betuwe te laten emigreren werd er een bufferzone gecreëerd tussen de Romeinen en de andere inheemse stammen. De aanwezigheid van de Bataven als bondgenoten was zeer gunstig in de strijd tegen deze stammen achter de noordelijke grens van het Romeinse Rijk

Dominant

De komst van de Bataven was niet direct van grote invloed. De immigranten beheersten aanvankelijk maar een klein gedeelte van de Utrechtse gebieden. De volkeren die de gronden ten noorden bewoonden hebben hier maar weinig van kunnen merken. Pas later stellen de Bataven zich dominant op. Intussen hielden zij intensief contact met de Romeinen.

 

Op de kaart

meer

verhalen

meer