Verhaal

Je hebt vast wel eens gehoord van de beul, ook wel scherprechter genoemd. Zogezegd: Hij die met het scherp van het zwaard het recht voltrekt. Vanaf de dertiende eeuw wordt het beroep van scherprechter een officieel ambt In Nederland. Het spreekwoord: de een zijn dood is de ander zijn brood is hierop dus wel heel letterlijk op van toepassing. Maar of het ook een geluk is als je deze functie mag beoefenen?

Tot in de 15de eeuw wordt het beroep van scherprechter door het christelijk zesde gebod: Gij zult niet doden, nog vaak als zonde beschouwd. In de 16de en 17de eeuw komt steeds meer de gedachte op dat strafjustitie een wil van God is, waarmee dus het straffen en doden door een beul gerechtvaardigd kan worden.

Beulenfamilies

Ook Utrecht had zijn eigen scherprechter. Het ambt wordt overgedragen van vader op zoon en op 17 juni 1643 wordt Hans Hendrick van Gelder beëdigd in Utrecht. Hij is de zoon van Michiel van Gelder en komt uit een ‘echte’ beulenfamilie, zowel zijn vader als opa waren scherprechters. Doordat de verschillende beulenfamilies veelal met elkaar trouwen ontstaat er zelfs een scherprechterdynastie in Nederland. Zo wordt de kennis over hoe je een goed vonnis voltrekt om een mislukte executie te voorkomen behouden en aan elkaar doorgegeven.

Bovendien verdiende het beroep van beul in de 17de eeuw niet slecht. Als scherprechter krijgt van Gelder een jaarsalaris van 364 gulden en voor zijn diensten aan het Hof van Utrecht nog eens 75 gulden extra per jaar. Daarnaast worden alle handelingen die hij tijdens een executie verricht nog eens apart vergoed. Iemand onthalzen leverde 6 gulden op, radbraken 12 gulden en wurgen 6 gulden.

Stadsgalg

Het woonhuis van Hans ligt dichtbij het Paardenveld, waar de stadsgalg staat. De gevonnisten worden van de stadsgevangenis via de Nauwe Watersteeg naar het Paardenveld gevoerd, in de volksmond ook wel Korte Ademstraat genoemd. In het Utrechtse register met ‘criminele sententien’ vind je verschillende vonnissen die Hans heeft uitgevoerd in de 44 jaar dat hij als beul werkzaam is. Op 19 juli 1672 voltrekt hij het volgende vonnis: ‘aen den pael ter doot geworght ende de rechterhant op een block affgekappt’ bij Cornelia Loor. Zij had bij het vierjarige zoontje van haar zuster de buik opengesneden.

Zakcentje

Als scherprechter heb je vaak naast je beroep als beul ook nog andere inkomsten. Zo heeft een ‘goede’ beul ook kennis van de geneeskunde, vaak een voorwaarde om überhaupt aangesteld te worden in dit ambt. Deze kennis zorgt voor een nette en deskundige uitvoering van de taak. Zo ook voor Hans Hendrick, die als chirurgijn door zijn medische vaardigheden bekendheid en welvaart vergaart in Utrecht. Hiermee verdient hij een mooi extra zakcentje. Dat de kunde en kennis niet alleen wordt doorgegeven aan de mannelijke familieleden bewijst Anna van Gelder, dochter van Hans Hendrick, die van 1711 tot 1720 als ‘beulse’ te boek staat in Kampen. Haar zoon is nog te jong om het beroep van zijn vader over te nemen als deze overlijdt. Bij het uitvoeren van de doodstraf maakt zij gebruik van een andere scherprechter maar voor alle andere zaken zoals het geven van lijfstraffen staat Anna aan de lat tot haar zoon het overneemt.

Dit verhaal is onderdeel van de serie Wat een geluk!? Daarin lees je alles over de (on)fortuinlijk verhalen uit de Utrechtse geschiedenis.

Bronnen en meer lezen

- Van den Tillaar (2016), Scherprechters in de negentiende eeuw

- Snijder, Anna van Gelder, scherprechter ( beulse ) te Kampen

- Broeke. W. van den e.a., Utrechtse biografieën 5, Levensbeschrijvingen van bekende en onbekende Utrechters, Hans Hendrick van Gelder

Op de kaart

meer

verhalen

meer