Verhaal

Zonder foto's is het nauwelijks voor te stellen dat rond 1900 het straatbeeld in de provincie Utrecht werd bepaald door boerenwagens, hondenkarren, fietsen en paardentrams. Een auto was een bezienswaardigheid. Aan het begin van de vorige eeuw had slechts een vermogende enkeling een eigen auto. Tegenwoordig staan er bij veel gezinnen twee auto’s voor de deur.

 


De trekschuit was vooral in de 17de en 18de eeuw een belangrijk publiek vervoermiddel over het water. In de 19de eeuw betrof het meeste waterverkeer geen personenvervoer, maar vooral vervoer van goederen. Fabrieken vestigden zich langs de Utrechtse rivieren en kanalen vanwege de watervoorziening en de goede bereikbaarheid. Sommige dorpen, zoals Vreeswijk, leefden letterlijk van de binnenvaart. In dit dorp was een schippersinternaat en de plaatselijke middenstand was geheel gericht op het schippersvolk dat de sluis passeerde.

Het spoor

Spoorwegen lagen er in Utrecht sinds het midden van de 19de eeuw. De overgang van stoom naar elektriciteit - en de daarmee gepaard gaande snelheidstoename - was eigenlijk de meest opvallende noviteit. Het spoor zorgde in Utrecht voor een goede ontsluiting van de Heuvelrug. Dagjesmensen en forensen maakten er dankbaar gebruik van en de betere bereikbaarheid was ook een impuls voor het aanleggen van buitenplaatsen in dit gebied. Tegenwoordig herinnert de prachtige architectuur van de stations in onder meer Baarn en Utrecht-Maliebaan (het huidige Spoorwegmuseum) nog aan die tijd.

Tram

Naast de benenwagen was rond 1900 het openbaar vervoer voor veel Utrechters de enige mogelijkheid om buiten het dorp te komen. Behalve in de stad Utrecht reed in het gebied van de Utrechtse Heuvelrug lange tijd alleen de tram, die de dorpen en steden met elkaar verbond. Aanvankelijk waren dat paardentrams, vervolgens trams op stoom en tenslotte motorwagens met elektrische aandrijving. In het begin had de tram geen vaste stopplaatsen. Je vroeg de bestuurder te stoppen op de plek waar je wilde uitstappen. Mensen die langs de tramlijn woonden, floten of zwaaiden met een vlaggetje naar de tram om de bestuurder te waarschuwen.

Bus

De komst van de autobus - na 1910 - luidde het einde van het tramtijdperk in. Voor het opzetten van een busonderneming was alleen een vergunning van de plaatselijke politie nodig. Tram en bus concurreerden flink met elkaar. Regelmatig reed de bus snel voor de tram uit en pikte bij het volgende station de passagiers op! Rond 1920 waren er op de Utrechtse Heuvelrug bijvoorbeeld wel zeven busbedrijfjes actief.

In de lucht

Niet alleen op de grond is er trouwens veel veranderd in de mobiliteit. Ook het luchtverkeer heeft een ongelofelijke ontwikkeling doorgemaakt. Was vliegen in het begin een waagstuk voor avonturiers en de rijken der aarde, tegenwoordig stappen mensen op het vliegtuig alsof het een ritje met de bus betreft. In Utrecht speelde de pionierstijd zich voornamelijk af rond het vliegveld Soesterberg, vanwaar de vliegeniers van het eerste uur in hun open toestellen opstegen. Dit vliegveld geldt overigens als de bakermat van de Nederlandse luchtvaart.

Bekijk ook de Canon van de stad Utrecht voor meer informatie over dit onderwerp en andere hoogtepunten uit de geschiedenis van de stad.

meer

verhalen

meer