Verhaal

Via rivieren en vaarten vervoerden trekschuiten passagiers en goederen door de hele Republiek. Dat gebeurde via vaste routes en volgens een bijbehorende dienstregeling. Zo vertrok er elke woensdagmiddag om één uur een trekschuit vanuit Oudewater richting Amsterdam. Beter bekend als de Amsterdamse Veer. De gelijknamige straat en destijds de opstapplek, herinnert nog aan die tijd.

Auteur: Nettie Stoppelenburg, Geschiedkundige Vereniging Oudewater

Brieven, pakjes en grotere vracht. Via trekschuiten werden niet alleen allerlei soorten waren vervoerd, maar bracht men ook mensen naar hun bestemming. De schuiten vormden zo eigenlijk het openbaar vervoer in de jaren voor het bestaan van verharde wegen en spoorlijnen. Een trekschuit is een schip met weinig diepgang, meestal voortgetrokken door een paard of een mens. Sommige schuiten konden zeilend op hun bestemming komen. Passagiers zaten beschut in een roef, een overdekte kajuit.

Dienstregeling

Vanuit Oudewater vertrokken schuiten naar een hele rits steden. Onder meer naar Woerden, Rotterdam, Leiden en Amsterdam. Kenmerkend aan deze zogenoemde ‘beurtveren’ was een stipte dienstregeling. De belangrijkste veerdienst in Oudewater was het Amsterdamse Veer. Die vervoerde naast passagiers ook hennep en touw: waardevolle vracht voor de touwslagers van Oudewater. De Amsterdamse afdeling van de Verenigde Oost-Indische Compagnie was een belangrijke klant van de touwslagers. Op de lijnbanen van Amsterdamse werven werden de garens, halfproducten uit Oudewater, verwerkt tot kabels en trossen.

De schuit naar Amsterdam vertrok op woensdag en zondag om één uur ’s middags in Oudewater. Vanaf het sluisje, ter hoogte van de straat die nu nog het Amsterdamse Veer heet. Over de slingerende rivier tot aan Polanen trok men de schuiten voort via het jaagpad. In Polanen pauzeerde de schuit en ging daarna zeilend via Wilnis richting het Rokin in Amsterdam. Ruim een dag kostte het om daar te komen. Aan het Rokin laadde men de garens uit. En hennep uit het Oostzeegebied werd weer ingeladen. Daarna maakte men de schuit gereed voor de terugtocht naar Oudewater.

Dronken schipper

Het stadsbestuur van Oudewater hield de schippers van dit Amsterdamse Veer goed in de gaten. Het was immers een belangrijke verbinding voor de stad. Schipper Lambert Clasesse Taets viel in het bijzonder op, maar niet op een positieve manier. Hij stond in 1677 achter het roer, vaak met een slok op. Niet zo verstandig op zo’n slingerende rivier als de Lange Linschoten. In 1679 werd hij op het matje geroepen en beloofde beterschap. Een jaar later kreeg Taets alsnog een vaarverbod. Doordat hij zijn inkomen als schipper misliep en geen geld meer had voor drank was hij snel van zijn probleem af. Het goedgezinde stadsbestuur nam Taets al gauw weer in dienst.

Tot in de negentiende eeuw voeren de schuiten naar Amsterdam. Daarna werd het rustig bij het Amsterdamse Veer. De verbetering van het wegennet zorgde voor een opkomst van postkoetsen. De komst van de trein zorgde voor de genadeslag van de beurtveren.

Bron: Nettie Stoppelenburg, ‘Op reis met de trekschuit’, in: Heemtijdinghen 2014, jaargang 50.

meer

Gerelateerde objecten

meer