Verhaal

Binnen de middeleeuwse Utrechtse steden vormt de stad Utrecht letterlijk een apart verhaal. Hier heerste sinds de achtste eeuw de bisschop, kwamen koningen en keizers op bezoek en verrezen er vanaf de 11de eeuw vele kerken, kloosters en wereldse gebouwen. En hoewel er inmiddels veel is veranderd, is een aantal daarvan nog steeds te bezoeken.

Veel eerder dan de overige steden in de provincie kreeg Utrecht stadsrechten. Dat gebeurde in 1122, door keizer Hendrik de Vijfde. Vanaf dat moment mocht de bisschopsstad zelf verdedigingswerken aanleggen en binnen die vesting rechtspreken. Voor de keizer was het van belang dat er in zijn rijk een sterk kerkbestuur heerste. Dat betekende dat de bisschoppen ook veel wereldlijke macht hadden gekregen. Het voordeel van een geestelijke als bestuurder was dat deze geen erfopvolgers voortbracht, zoals de adellijke leenheren deden. Dat betekende dat de keizer zelf de benoemingen van de Utrechtse bisschoppen kon regelen.

Bloeiende kunstnijverheid

Toen Utrecht stadsrechten kreeg, was bisschop Balderik in functie. Behalve de hoogste stadsbestuurder was hij ook landsheer (de hoogste leenheer) van het Nedersticht. Zijn raadsmannen en voorname handelslieden, de patriciërs, voerden het dagelijks stadsbestuur uit, terwijl vanaf het begin van de 14de eeuw ook de gilden daarin aanzienlijke politieke macht kregen. Het bisschoppelijk hof en de daaraan verbonden hofhouding en raadgevers zorgden bovendien voor een bloeiende kunstnijverheid in de stad. Borduurwerkers, schilders, houtbewerkers en boekverluchters hadden hun handen vol aan de opdrachten van de hoge geestelijkheid en de vooraanstaande burgerij.

Gebouwen als machtssymbolen

De Dom of Sint-Maartenskerk is bij uitstek een symbool van bisschoppelijke status en de centrale positie van het Sticht ten opzichte van de omliggende gewesten. De hoge toren van deze hoofdkerk van het bisdom werd voltooid in 1382. Een parochiekerk als de Buurkerk was voor verbouwingen en decoraties echter afhankelijk van de giften van burgers. De keizer liet in de 11de eeuw een pied-à-terre bouwen in de vorm van een kleine palts, waar hij kon logeren en bezoek ontvangen wanneer hij in Utrecht was. Van dit paleis 'Lofen' is nu weinig meer over dan een paar ondergrondse pilaren.

Bekijk ook de Canon van de stad Utrecht voor meer informatie over dit onderwerp en andere hoogtepunten uit de geschiedenis van de stad.

 

meer

organisaties

meer