Verhaal

Veertig jaar lang, van 1954 tot 1994, wapperde de Amerikaanse vlag op Vliegbasis Soesterberg. Ten tijde van de Koude Oorlog, de gewapende vrede tussen Oost en West, gold de vliegbasis als een strategisch handige uitvalsbasis voor het Amerikaanse leger. Met de komst van de Amerikanen naar Soesterberg kwamen ook de Amerikaanse invloeden naar het dorp. Door haar huwelijk met een Amerikaan kwam Mevrouw De Rijk intensief in contact met de Amerikaanse cultuur. Samen met haar man liet ze in de negentiger jaren iedere drie maanden de nieuwe lichting militairen de culturele bijzonderheden van Nederland zien. Van Soesterberg, Madurodam en Scheveningen tot de boten aan het Zandpad in Utrecht.

Interviewer: Carol Wittkampf

De Commissary

'Voor Amerikanen die geïnteresseerd waren in hun, vaak tijdelijke, standplaats was er op de basis een soort VVV met informatie over de Pier, bloemencorso’s, studentensteden, etc. Op de basis zelf waren ook allerlei recreatieve voorzieningen. En voor boodschappen had je de Commissary, die was enorm groot met rijen kassa’s. En al die baggers: mensen die voor 50 dollarcent per zak de boodschappen inpakten en in je auto laadden.'

Vers gesneden brood

'Ondanks dat op de basis van alles te koop was, van voedsel tot meubels, gingen de Amerikanen in het weekend bijvoorbeeld graag naar de lokale bakker in Soesterberg. Daar kochten ze voor hen bijzondere dingen als tompoucen en moorkoppen. En op zaterdag vers gesneden brood, dat nog warm was, zodat je zakje open moest blijven staan. In Amerika hadden ze alleen maar dat verpakte fabrieksbrood. Koopavond was voor hen in het begin heel raar. “Waarom, je bent toch twentyfour/seven open?” “Nee, wij sluiten hier om zes uur.” Als je het uitlegde dan begrepen ze het wel.' Voor de plaatselijke economie waren de Amerikanen wel goed. Ze tankten bij de benzinestations en er werden veel BMW’s verkocht.

Yard sales

'Typisch Amerikaans waren de yard sales in Soesterberg. Het waren eigenlijk opruimingen als mensen moesten verhuizen naar de volgende basis. Dan zetten ze hun spullen in de tuin, in de yard, en dan konden de locals langskomen. Adverteren in een plaatselijk krantje hoefde niet, dat werd door mond-tot-mondreclame snel bekend. Daar kan geen Soesterbergs krantje tegenop: auto’s, in rijen…' 

'Ieder weekend was er wel ergens een barbecue, zelfs als er sneeuw lag. Waarbij iedereen een eigen stuk vlees meebracht. Geen hamburgertje, maar gewoon één T-bone of kip. Amerikanen hebben altijd vlees op voorraad. Als wij Nederlanders mensen op bezoek krijgen, dan geven we een kopje koffie met een koekje. Dat is zó raar voor hen. Bij hen gaat gewoon een pak open. Of je er nu één wilt of tien, dat maakt helemaal niet uit.'

'Koffieshops waren voor hen niet te bevatten net als de boten aan het Zandpad, want dat kan niet en mag niet. Sowieso is hun cultuur veel preutser dan de onze.'

Dit verhaal is voortgekomen uit een oral history project van Gebiedscoöperatie O-gen en is eerder als artikel verschenen in SoestNu.
Voor meer verhalen zie: F.J. Stuurman (red.), De verhalen achter Vliegbasis Soesterberg 1954-1994. De invloed van veertig jaar Amerikaanse aanwezigheid op de omgeving (Gebiedscoöperatie O-gen, Scherpenzeel 2016).

meer
meer