Verhaal

Met de komst van de trambaan naar Utrecht Science Park De Uithof wordt een voor de provincie bekende manier van reizen nieuw leven in geblazen. Hoewel de tram met de aanleg van de verbinding naar Nieuwegein en IJsselstein al in 1983 zijn herintrede deed in het Utrechtse straatbeeld, zal het nog tot 2018 duren voordat de nieuwe trams ook in het oosten van de stad gaan rijden.

Door Thomas Mensink

Nadat de Vechtstreek in de 17de en 18de eeuw vol kwam te staan met buitenplaatsen, was in de 19de eeuw de Utrechtse Heuvelrug aan de beurt. Waar de buitenplaatsen aan de Vecht in verval raakten - sommige werden zelfs gesloopt - was de Utrechtse Heuvelrug tussen De Bilt en Rhenen, ook wel bekend als de Stichtse Lustwarande, meer in trek dan ooit tevoren. Dit kwam mede door de goedkope grondprijzen van deze arme zandgronden. Deze buitenplaatsen moesten uiteraard wel goed bereikbaar blijven.

De Ooster Stoomtram Maatschappij

De onverharde weg - de huidige N225 - was slecht begaanbaar voor zwaarder vervoer. Daarom werd in 1882 de Ooster Stoomtram Maatschappij (OSM) opgericht om vanaf station Driebergen een regelmatige tramdienst te beginnen naar Arnhem. Hoewel de OSM tientallen particuliere aandeelhouders had uit alle lagen van de bevolking, moesten verschillende gemeenten en de provincie bijspringen om deze omvangrijke infrastructurele operatie van de grond te krijgen. Met name de gemeenten zonder treinverbinding dreigden relatief onbereikbaar te worden en trokken de portemonnee.

De stoomtramverbinding kwam er niet alleen voor personen, maar ook voor het transport ten behoeve van de 'landbouwhandel' en de tabaksindustrie. Ook de steenfabrieken langs de noordoevers van de Nederrijn profiteerden van de tramlijn. Steenfabrikant Klinkenberg in Elst was niet alleen eigenaar van een aandeel, maar voorzag de OSM ook van een ideale mogelijkheid om bouwmaterialen voor de tramlijn aan te voeren via zijn eigen lijntje dat doorvoer tot aan de oevers van de Nederrijn. Bouwmaterialen als rails werden per schip naar de fabriek van Klinkenberg gebracht, alweer het overgezet werd op een goederentram. Andersom gebruikte Klinkenberg de lijn om kolen aan te voeren en bakstenen af te voeren. In het kader Ruimte voor de Rivier is de steenfabriek in 2011 voor een groot deel gesloopt.

De ondergang van de tram

Met de opkomst van het wegvervoer in de jaren '30 van de vorige eeuw raakte de stoomtramverbinding in onbruik en werd de infrastructuur voor het grootste deel gesloopt. Nabij Bosrestaurant Sandenburg, een oud wachtlokaal, bevindt zich midden in het bos nog een remise. Enkele arbeiderswoningen voor werknemers van de OSM herinneren aan de hoogtijdagen van de tram.

meer
meer