Verhaal

Slot Zeist is rond 1685 gebouwd als zomerverblijf en jachtslot door Willem Adriaan van Nassau-Odijk, wiens vader een bastaardzoon is van prins Maurits. In het destijds nog zeer plattelandse Utrecht en Zeist moet dit project opzienbarend geweest zijn. De tuinaanleg in Franse Barokstijl was zo indrukwekkend, dat Slot Zeist spoedig bekend werd als het Nederlandse Versailles – het paleis met zijn tuinen van de Franse Zonnekoning Lodewijk XIV bij Parijs.

Van Nassau-Odijk was veel in Frankrijk geweest en verkeerde in de kringen rond stadhouder Willem III. Dat wilde hij laten zien in zijn nieuwe huis: Slot Zeist is van een grandeur en monumentaliteit die zijn weerga niet kende in onze contreien. Als architect van zowel gebouwen als tuinen wordt vaak Jacob Roman genoemd, terwijl Daniel Marot - de Franse architect die ook op paleis Het Loo werkte - het trappenhuis heeft ontworpen. Ook de tuinen zijn naar Frans voorbeeld ontworpen met rondom het huis symmetrische siertuinen en verder weg sterrenbossen, boomgaarden en weilanden. Een vijf kilometer lange centrale as loopt dwars door het Slot richting Bunnik en Amersfoort. Het immense park van Slot Zeist bestaat niet meer, maar nog altijd bepaalt het ontwerp de structuur en het wegenpatroon van de gemeente Zeist. De huidige Koelaan en de Slotlaan bijvoorbeeld waren onderdeel van de centrale as.

Nieuwe eigenaren

Na Van Nassau-Odijk wisselde Slot Zeist nog menigmaal van eigenaar. In 1830 kwam het huis in bezit van jonkheer Jan Elias Huydecoper die de achtertuin opnieuw liet aanleggen door landschapsarchitect Jan David Zocher jr. Deze transformeerde de symmetrische Franse tuin tot een Engels landschapspark, zoals toen in de mode was en waarvan de slingervijver achter Slot Zeist een vast onderdeel was. Uniek aan het slot is echter dat de buitenzijde van het huis door de eeuwen heen nauwelijks is gewijzigd. De vele eigenaren verbouwden en veranderden alleen het interieur en de tuin.

Verflagen

Het 17de-eeuwse interieur verdween in de loop van tijd onder dikke verflagen. De laatste eigenaar van het slot was de gemeente Zeist, die het huis in 1914 aankocht om het te behoeden voor afbraak. Vanaf 1960 vond een ingrijpende verbouwing plaats. Het interieur werd teruggebracht naar de situatie aan het einde van de 18de eeuw, terwijl de tuin de 19de-eeuwse stijl van Zocher behield. Tegenwoordig is Slot Zeist voor culturele en representatieve doeleinden opengesteld.

Hernhutters

Slot Zeist heeft nog een andere unieke historie: de band met de Evangelische Broedergemeente, de Hernhutters. In 1745 kocht Cornelis Schellinger het slot en stichtte hier een Hernhuttergemeenschap. Dit was een zelfvoorzienende gemeenschap met eigen werkplaatsen en kleine industrieën. Voor het dorp Zeist betekende dat een economische en industriële impuls. Nog altijd zijn het Broeder- en Zusterplein en de begraafplaats van de Hernhutters bij Slot Zeist eigendom van deze geloofsgemeenschap en wordt het kerkje met het witte interieur wekelijks voor de eredienst gebruikt.

meer
meer