Verhaal

Na de Tweede Wereldoorlog kwam de industrie aanvankelijk aarzelend op gang, maar daarna ging het plots hard met eerst het herstel én toen de groei. De Wederopbouw (1945-1965) ging de provincie Utrecht niet voorbij en leidde onder meer tot de komst van Philips en de hoogste constructie van Nederland.

Auteur: Bert Poortman, USINE

Hoezeer de industriële ontwikkeling een rol speelde in de Wederopbouw, blijkt wel uit de vele gemeenten in Nederlander die een Industrieweg kennen uit die periode. Ook straatnamen uit het beloftevolle atoomtijdperk zoals Reactorweg en Neutronstraat stammen uit die tijd. De provincie Utrecht is hierop geen uitzondering.

Marshallhulp voor spoornetwerk

De Nederlandse Spoorwegen (NS) ontving na de Tweede Wereldoorlog Marshallhulp om het spoornetwerk te herstellen en moderner en veiliger te maken. Op een grotendeels nog braakliggend NS-terrein in Utrecht werd een spoorstaaflasinrichting gevestigd. Daar werden onder andere nieuw aangevoerde rails uit Engeland gelast tot langere rails.

Op een aanpalend terrein werd in 1949 een nieuw pand voor het Centraal Autoherstel Bedrijf van de NS gerealiseerd, naar een ontwerp van architect Sybold van Ravesteyn. De garage was niet alleen een remise en werkplaats voor NS-bussen en -treinen, maar ook de wagens van vervoerbedrijf Van Gend & Loos konden hier terecht.

Door de Marshallhulp maakte Nederland kennis met nieuwe producten en de Amerikaanse producenten daarvan. Zo opende Johnson-Wax, gespecialiseerd in hygiëne- en reinigingsproducten, een vestiging in Mijdrecht. In 2014 is het bedrijfspand een Rijksmonument geworden.

Philips in Utrecht

De Nederlandse industrie liet zich ook bepaald niet onbetuigd. Philips stopte door de sterke groei tijdens Wederopbouw met het grootschalig laten verhuizen van personeel naar Eindhoven. De nieuwe fabrieken kwamen naar de streken waar de medewerkers al woonden, wat dus leidde tot spreiding van de werkgelegenheid. In de stad Utrecht kwam een fabriek voor lasstaven. Leverancier DEMKA stond aan de overzijde van het kanaal en Werkspoor was een goede afnemer van lasstaven. Utrecht was daarmee een logische plaats. Op industrieterrein Lage Weide staat nog een gebouw van die fabriek.

Televisietoren

Van een heel andere orde is de Gerbrandytoren die in opdracht van Nozema (Nederlandsche Omroep-Zendermaatschappij) in Lopik kwam te staan. Deze veel grotere zendmast, met 372 meter de hoogste constructie van Nederland, was nodig voor de uitzendingen van de radio- en televisiebeelden. De televisietoren is op 9 mei 1961 geopend door koningin Juliana en in 1965 vernoemd naar oud-minister-president prof. mr. P.S. Gerbrandy. Inmiddels staat de mast in de gemeente IJsselstein.

Stuwcomplex

Werk aan de waterwegen bleef ook na de Tweede Wereldoorlog nodig. Grootschaliger en betrouwbaarder vervoer op de rivier de Lek werd noodzakelijk. De Lek had (en heeft) in de zomer te weinig waterdoorvoer om het peil voor de scheepvaart te garanderen. In 1961 werd daarom stuwcomplex Hagestein in gebruik genomen, in 1967 gevolgd door stuwcomplex Amerongen. De stuw van Hagestein is in 2014 een Rijksmonument geworden, als een fraai voorbeeld van een bouwwerk uit de Wederopbouw.

Ketelhuizen en schoorstenen werden in deze periode nog steeds gebouwd. Centrale energievoorziening was niet alleen voor de industrie, maar ook voor wooncomplexen of instellingen voordelig. Een van zulke ketelhuizen met schoorsteen uit de Wederopbouw in Amersfoort is in 2016 gemeentelijk monument geworden: die van het voormalige Elisabeth-ziekenhuis.

meer

verhalen

Gerelateerde objecten

meer