Verhaal

De architect en meubelmaker Gerrit Rietveld (1888-1964) sloot zich in 1919 aan bij De Stijl, de internationale groep kunstenaars waarmee hij zich verwant voelde. Daarvoor was hij al bezig een eigen moderne stijl te ontwikkelen, geïnspireerd door architecten als Frank Lloyd Wright. In Rietvelds eerste complete architectonische werk uit 1924, het Rietveld Schröderhuis, zien we De Stijl in optima forma. Het huis geldt dan ook als hét icoon van de Stijl-architectuur.

Door Elian de Jonge

Gerrit Rietveld vestigde zich in 1919 als zelfstandig architect in Utrecht. Hij ontmoette Truus Schröder-Schräder in 1921 toen zij - op voorstel van haar man - Rietveld vroeg één kamer van het huis aan de Utrechtse Biltstraat naar haar smaak te verbouwen. Als binnenhuisarchitecte had zij uitgesproken eigen ideeën. Het kamertje - in grijstinten - kreeg bekijks van zowel bevriende avant-gardekunstenaars als architecten. Toen haar man in 1923 na een lang ziekbed overleed, wilde Truus weg uit het huis dat haar eigenlijk nooit was bevallen. De weduwe en Rietveld besloten dat hij een huis zou ontwerpen voor haar en haar drie kinderen. Het werd een gezamenlijke inspanning.

Uitgangspunten van De Stijl, maar Truus...

Het nieuwe  huis moest tegemoetkomen aan de eisen van een onafhankelijke, moderne vrouw en haar gezin. Rietveld hanteerde de uitgangspunten van De Stijl en legde zijn ideeën voor het huis vast in een schets. Maar Truus kon zich er onvoldoende in vinden en kwam met haar zeer persoonlijke visie, met soberheid als uitgangspunt. Zij wilde leven in plaats van geleefd worden, met zo weinig mogelijk ballast. Zij wilde in elke ruimte een aansluiting voor gas, water en licht, ruimte voor een bed en een eigen in- en uitgang naar buiten. Dat vond ze handig voor het geval ze ruimten aan studenten wilde verhuren. Truus ervoer eerder in de woning van een vriendin dat wanneer zij opsteeg naar hoger gelegen verdiepingen, haar dat een vrij gevoel gaf, waarbij ze afstand nam van 'het aardse'.

Meubels

Rietveld probeerde de ideeën van Truus uit in volgende ontwerpen, waarbij hij de woonkamer en de slaapkamer op een hogere verdieping plaatste, ook voor het uitzicht. Het - ook nu nog - opvallende huis is speels geschilderd in wit, grijs en zwart, en natuurlijk de primaire kleuren als rood, geel en blauw, typisch voor De Stijl. De binnen- en buitenruimten gaan vloeiend in elkaar over. De meubels ontwierp Rietveld deels speciaal voor het huis. In de winter van 1924-1925 verhuisden weduwe en kinderen Schröder naar de Prins Hendriklaan.

Werelderfgoed

Van 1925 tot 1933 had Rietveld zijn ontwerpstudio op de benedenverdieping van Schröders huis. In 1936 verhuisde Schröder voor een jaar naar een van de woningen aan de Utrechtse Erasmuslaan die Rietveld eveneens had ontworpen. Haar eigen huis werd toen zo verbouwd dat de benedenverdieping zelfstandig kon worden bewoond en verhuurd. Nadat Rietvelds vrouw in 1957 overleed, trok hij in bij Truus - hun samenwerking was inmiddels uitgemond in een liefdesrelatie. Daar, in het Rietveld Schröderhuis, overleed Rietveld in 1964.

Na Truus' overlijden in 1985 werd het huis geheel gerestaureerd. Het Rietveld Schröderhuis toont de opvattingen van De Stijl over functie, constructie, vorm en ruimte. Desondanks is het huis ook een individueel kunstwerk van een bijzondere architect. Het Rietveld Schröderhuis is inmiddels wereldberoemd en siert sinds 2000 de Werelderfgoedlijst van UNESCO.

meer

verhalen

Gerelateerde objecten

meer