Verhaal

Op 3 december 1914 sloeg de vlam in de pan. De Belgische militairen die waren geïnterneerd in Kamp van Zeist waren al langer ontevreden. Nu was de maat vol. De Nederlandse bewakers begonnen in paniek op de opstandelingen te schieten. Het gevolg was acht Belgische doden.

In het najaar van 1914 kwamen een miljoen Belgische vluchtelingen naar Nederland. België was strijdtoneel geworden in de Eerste Wereldoorlog. Onder de vluchtelingen waren ook veel militairen. Om zelf neutraal te kunnen blijven, moest Nederland de soldaten interneren. Dan zouden zij niet meer kunnen deelnemen aan de oorlog. Ruim de helft van de gevluchte militairen, bijna 17.000, werd in Amersfoort ondergebracht. Dat gebeurde eerst in de Juliana van Stolbergkazerne. Die stond leeg omdat het Nederlandse leger was gemobiliseerd, maar was slechts berekend op 4.000 man. De hele binnenplaats kwam vol te staan met witte tenten, maar dat loste het capaciteitsprobleem niet op.

Slecht eten en ratten in Kamp van Zeist

Daarom werd eind 1914 op de heide op grondgebied van Soesterberg een interneringskamp gebouwd: Kamp van Zeist. Hier was plaats voor zo’n 12.000 Belgische soldaten. Dit was één van de grootste interneringskampen in Nederland. Maar ook hier waren de omstandigheden verre van ideaal: de Belgen hadden behalve corvee niets te doen, het sanitair was ontoereikend en het eten was zo slecht dat sommigen hun karige rantsoen aanvulden door het consumeren van ratten. Geen wonder dat ze twee maanden na de opening van het kamp in opstand kwamen. Acht Belgen moesten dit met de dood bekopen en er vielen achttien gewonden.

Verbeteringen

De Nederlandse regering was flink geschrokken van dit voorval. Het gevolg was dat het regime in het kamp werd versoepeld. Het eten werd beter, militairen mochten vaker bezoek ontvangen, de prijzen van artikelen in de kantine gingen omlaag. Ook mochten de Belgen onder bepaalde voorwaarden buiten het kamp werken en werden er werkscholen opgericht, zodat ze een opleiding konden volgen. Zo bouwden leerlingen van één van de werkscholen in 1916 het Belgenmonument in Amersfoort. In hun vrije tijd maakten veel Belgen allerlei versierde doosjes, kistjes, fotolijstjes en sieraden. Ook kwamen er meer andere vormen van vermaak en richtten de Belgen een eigen Kampkrant op. Hiermee waren niet alle problemen opgelost. Het bleef soms onrustig in het kamp, maar niet meer zo erg als op 3 december 1914.

 

Meer informatie?

Op de website Geheugen van Zeist zijn kranten te raadplegen met informatie over Zeist tijdens de Eerste Wereldoorlog. Het Gemeentearchief Zeist bevat dossiers uit die periode, onder andere het archief van het vluchtelingencomité. Het archief en het Zeister Historisch Genootschap beschikken over uniek beeldmateriaal. Algemene Informatie is beschikbaar in het tentoonstellingspaviljoen Nederland en de Eerste Wereldoorlog bij Huis Doorn.

Op Geschiedenislokaal Utrecht WO1 staan voor het voortgezet onderwijs historische bronnen en opdrachten over Belgische vluchtelingen tijdens de Eerste Wereldoorlog.

 

meer

verhalen

meer