Verhaal

In onze streken begon de Hervorming in de 16e eeuw met het optreden van de wederdopers. Zij werden streng aangepakt. Van alle door de katholieke overheid terechtgestelde protestanten vormden zij de grote meerderheid. Zij werden onthoofd, verdronken, levend begraven of verbrand. Meestal gingen de wederdopers blijmoedig zingend de beul tegemoet, zij zagen hun dood als een bruiloft met Christus.

Auteur: Peter van Walstijn, schrijfteam UtrechtAltijd.nl

De wederdopers waren meestal kleine luiden: kleermakers, ketellappers, timmerlieden, lantaarnmakers en hun vrouwen en kinderen. Vooral in het noorden van ons land waren ze te vinden. Wederdopers wilden strikt volgens de bijbel leven, pas dopen na volwassenwording en leefden in verwachting van de aanstaande wederkomst van de Heer. Door barre armoede rond 1530 werden zij radicaal en overvielen met geweld kerken en kloosters. Zij keerden zich daarmee tegen de katholieke kerk, maar ook tegen de overheid.

Revolutie

Zo verjoeg een grote groep veelal Nederlandse wederdopers in 1534  de bisschop uit zijn stad Münster, nam het bestuur over en stichtte er het Nieuwe Jeruzalem in afwachting van het Einde der Tijden. Münster werd daarop omsingeld door een leger van de bisschop die zijn stad terug wilde. Om de stad te redden ging toen de jonge Friezin Hille Feicken, zoals eens de Bijbelse Judith in haar mooiste kleren en met sieraden getooid, in haar eentje de stad uit op weg naar de bisschop-legeraanvoerder. Zij wilde hem verleiden en dan doden, net zoals in de bijbel generaal Holofernes. Hille werd natuurlijk vrijwel direct gevangen genomen en na ondervraging onthoofd. De beul sloeg zo hard alsof het geen weke vrouwenhals betrof maar eikenhout.

Martelaarsboek

De bisschopsstad Utrecht speelde geen centrale rol in deze beweging. Toch waren ook hier wederdopers. Zo werd in 1535 een zich voor priester uitgevende doper opgepakt. Hij was vanuit Münster hierheen gezonden als apostel op speciale missie, maar eindigde op de brandstapel. Tien jaar later werd een groep gearresteerd die de Domkerk had willen binnengaan met nagemaakte sleutels.

In 1562 werd op de Neude de kleermaker Hendrik Eemkens ter dood gebracht. In huis Cranesteyn op de Oudegracht 53-54, de plaats delict, had hij een doperse samenkomst meegemaakt, waarvoor hij opgepakt werd. Zijn terechtstelling kennen we door de ets die Jan Luijken er later van maakte. Deze prent werd bekend door publicatie ervan in het martelaarsboek "Het Bloedig Tooneel" van 1685. Dat gaat over de vele terechtstellingen van wederdopers. Zijn vuurdood werd verzacht door het laten ontploffen van een zakje kruit op zijn borst, voordat de vlammen hem bereikten.

Geloofsvrijheid

Na de herovering van Münster werd onder invloed van de voormalige priester Menno Simons de doperse beweging op den duur geweldloos. Deze zogeheten mennonieten keerden zich af van de wereld en vormden gemeenschappen "zonder vlek of rimpel". Dat hield onder meer in dat gelovigen nooit een eed mochten zweren of dienst nemen in een leger. Uit deze volgelingen van Menno is de doopsgezinde kerk ontstaan. In Utrecht is hun kerk te vinden op de Oudegracht 270. Zij lieten in 2014 een gedenksteen plaatsen in het trottoir op de Neude waar de brandstapel stond die een einde maakte aan het leven van Hendrik. De steen met tekst is gewijd aan alle wederdopers die gedood werden om hun geloof. Daarmee heeft de stad Utrecht een onopvallend, maar wel sprekend monument voor geloofs- en gewetensvrijheid.

Meer lezen en bronnen

- Kapteijn, J.M.N. (1904) Taal en Letteren. Jaargang 14, Liederen der Wederdopers, Leiden

- Mellink, A.F (1953) De wederdopers in de noordelijke nederlanden 1531-1544, Groningen: Wolters.

- Rogier, L.J. (1947) Geschiedenis van het katholicisme in Noord-Nederland in de 16e en de 17e eeuw (3 delen). Amsterdam.

- Doopsgezindutrecht.nl, Geschiedenis

 

Informatie

Regio: Regio Utrecht
Plaats: Utrecht

Op de kaart

meer

verhalen

Gerelateerde objecten

meer