Verhaal

Een Hollands leger van ruim vierduizend man deed het dorpje Westbroek aan. Op hun doortocht richting Utrecht lieten zij op 26 december 1481 bijna niets heel van het dorp. Op stel en sprong zetten woedende opstandelingen uit de stad Utrecht, inclusief de burgemeester, een tegenaanval in. Een bloederig slagveld was het gevolg.

Al moordend en brandstichtend trokken de soldaten door Westbroek. De troepen spaarden alleen kraamvrouwen en doodzieke inwoners. Verder kon niemand rekenen op genade. Vanuit de wijde omtrek zag men de vlammen die Westbroek in de as legden. De angst sloeg toe. In Utrecht luidde men de noodklok. Daarop zette een grote groep inwoners van de stad de tegenaanval in. Een woedende menigte maakte zich op voor een confrontatie met deze indringers. Men schrijft over vijfduizend man die in wanorde de poorten uitstormenden op weg naar Westbroek.

De Tweede Stichtse Burgeroorlog

Het Hollandse leger was op 26 december 1481 in opdracht van de Utrechtse bisschop David van Bourgondië op missie om wraak te nemen tegen de opstandige Utrechtse burgers. De aanvoerder Joost van Lalaing – stadhouder van Holland – was uiterst gemotiveerd om de missie te laten slagen. Drie maanden eerder had de stadhouder een gevecht (en veel mannen) verloren in een gevecht tegen Utrechtse troepen. Gedurende de 15de eeuw waren er regelmatig ernstige schermutselingen tussen twee rivaliserende groepen. Deze decennialang durende machtsstrijd zaaide verdeeldheid in het Sticht en leidde onder meer tot de Tweede Stichtse burgeroorlog (1481-1482).

De boze Utrechters renden nauwelijks bewapend richting Westbroek. Burgers, boeren, huursoldaten, maar ook nieuwsgierige kinderen en burgemeester Aernt Ruys behoorden tot deze ongeorganiseerde fanatiekelingen. Eenmaal in de buurt van Westbroek werd hen duidelijk tegen wie ze het moesten opnemen: een goedgeorganiseerd, stevig bewapend leger. Vele malen groter en indrukwekkender dan ze hadden ingeschat. Als katten in het nauw sloegen de Utrechters op de vlucht.

Achtervolging en slachting

Maar het leger liet hen niet zomaar ontkomen - ze zetten de achtervolging in en slachtten iedereen af die ze tegenkwamen. Ongeveer tweeduizend man vonden die avond de dood. Vermoord, doodgevroren of door het ijs gezakt en verdronken. Onder wie ook de Utrechtse burgemeester. De dagen nadien verzamelden monniken de lijken in de velden. De gesneuvelden die nog herkenbaar waren, werden naar de Neude gebracht ter identificatie. ‘Als visschen op een banck’ zo schreef een ooggetuige. De onherkenbaar verminkten werden begraven in een massagraf.

Deze uiterst gewelddadige veldslag zou de boeken ingaan als de slag van Westbroek. Vrijwel zeker vormde de veldslag de aanleiding voor de muurschilderingen in de kapellen naast de toren van de kerk van Westbroek. Een van die schilderingen beeldt de legende uit van de drie jagers en de drie doden. Tijdens de Reformatie werden deze met kalk overgeschilderd, maar deze zijn gerestaureerd en weer zichtbaar voor publiek.

Dit verhaal is onderdeel van de reeks Plaats delict Utrecht. Bloedstollende verhalen uit het Utrechtse verleden. Klik hier voor meer verhalen over de duistere kant van Utrecht.

Op DeBiltinBeeld.nl staat een beeldreportage van de oude fresco's in de kerk van Westbroek. 

 

Bronnen:

Dit verhaal is ontleend aan Utrechtse Canons.

Manten (2001) De Stichtse Burgeroorlog (2), Historische Vereniging Vleuten, De Meern, Haarzuilens en Leidsche Rijn

 

Op de kaart

meer

Gerelateerde objecten

meer