Verhaal

Tegenwoordig is onze hele provincie bewoonbaar. Maar in de prehistorie zag het landschap er heel anders uit en kon je lang niet overal permanent verblijven. Hoe leefden de eerste pioniers in het natte westen? Dat gebied leek voor bewoning niet zo geschikt. Toch zijn er interessante archeologische vondsten gedaan uit die vroege periode.

Twee jongens vonden in 1946 een zeldzaam bronzen zwaard in de modder bij de Vaartse Rijn. Het moet rond 1800 voor Chr. gemaakt zijn. Door de vondst weten we dat er al ver voor onze jaartelling in deze streken mensen woonden. Het westen van onze provincie bestond grotendeels uit moerassige veengronden, die veel te vochtig waren om er permanent te kunnen wonen. Huizen bouwden deze vroegste inwoners dan ook op de oeverwallen langs de rivieren de Hollandse IJssel en Oude Rijn. Die oeverwallen lagen iets hoger in het landschap en vormden een stevige ondergrond van zand en grind. Dat was daar door de rivieren tijdens overstromingen afgezet.

Wonen op oeverwallen

De fijnere deeltjes kwamen verder van de bedding terecht en vormden komgronden. Daar bleef het water langer staan. Plantenresten verteerden er slecht. Op die ondergrond groeiden weer nieuwe planten en zo vormden zich dikke veenkussens. Op de oeverwallen ontstonden dus nederzettingen van boeren en vissers. Archeologische vondsten bewijzen, dat er op verschillende plaatsen gewoond werd. Omdat de rivieren niet waren bedijkt, verlegden ze regelmatig hun bedding. Daarmee spoelden ook de resten van menselijke bewoning weg. Dat betekent dat veel overblijfselen verloren zijn gegaan.

Boomstamkano

In 1987 vonden twee jongens bij Nigtevecht een nog oudere boomstamkano, die uit de Vroege IJzertijd zou stammen. Die kano, die dus ruim 2500 jaar oud is, laat zien dat er toen al mensen over de Vecht voeren, maar bewijst niet dat ze er permanent woonden. De Vechtstreek lijkt daarvoor toen te nat te zijn geweest en te zeer geplaagd door overstromingen. Waarschijnlijk werd deze kano voor de jacht gebruikt. De kano zelf kon niet worden geborgen: wel werden aardewerkscherven uit de Vroege IJzertijd die in de kano lagen, bewaard.

Archeologische vondsten langs de Vecht

Ook in het noordwesten van de provincie zou je op de hogere oeverwallen langs de rivieren menselijke bewoning verwachten. Toch zijn daar weinig archeologische vondsten gedaan. Dat archeologen weinig vinden langs de Vecht, komt door de baksteen- en dakpannenindustrie. Daarvoor zijn dikke lagen klei afgeticheld en zo zijn waarschijnlijk veel voorwerpen verloren gegaan. In het midden van de jaren '90 werd bij Breukelen bij de Oude Aa een kleine opgraving uitgevoerd, waarbij zowel grondverkleuringen als aardewerk wezen op menselijke bewoning in de IJzertijd. Ook bij Loenen langs de Angstel zijn resten uit de IJzertijd aangetroffen. In de IJzertijd, zo'n 300 jaar voor Chr., waren de klimatologische omstandigheden aangenaam genoeg voor permanente bewoning. De zeespiegelstijging was tijdelijk gestopt, de ondergrond was droger en op de oeverwallen kon akkerbouw plaatsvinden. Niet verwonderlijk dus dat bij Baambrugge de resten van een heuse nederzetting uit die tijd zijn gevonden.

Niet geïsoleerd

Eveneens bij Breukelen vonden onderzoekers in 2002 aanwijzingen van een nederzetting op de oeverwal van de rivier. Overstromingen hadden veel grondsporen weggespoeld, maar er werden meer dan duizend aardewerkscherven opgegraven. Het lijkt erop dat hier, aan de rivier op een hoger gelegen zandkop, een kleine nederzetting heeft gelegen. Uit aardewerkvondsten blijkt dat de bewoners zowel contacten hadden met mensen rond Assendelft als met boeren in het midden van Nederland. Er werden zelfs stukken basaltlava uit Duitsland gevonden, die waarschijnlijk als maalsteen hebben gediend. In de prehistorie leidde men langs de Vecht dus geen geïsoleerd bestaan.

Deze informatie is afkomstig van http://www.utrechtsecanons.nl/. Hier vind je nog veel meer hoogtepunten uit het verleden van regio’s en plaatsen in de provincie.

Aanvullende literatuur:

- R. Blijdenstijn, Tastbare Tijd. Cultuurhistorische Atlas van de provincie Utrecht (Utrecht, 2005)
- Ruurd Kok, 'Wat de bodem vertelt over de vroegste bewoningsgeschiedenis van de Vechtstreek en de rol die de amateur-archeoloog daarbij kan spelen' in:       Tijdschrift Historische Kring Breukelen, 22 (2007), nr. 2, p. 49-62.
- R. Kok, 'De IJzertijd en Romeinse tijd van de Vechtstreek' in: Jaarboek 2008 van de archeologische afdeling Naerdincklant (Weesp 2009).
- R. de Zwarte, 'Sporen van prehistorische bewoning in de Vechtstreek' in: Westerheem 31 (1982), p. 90-100.
- Wim Weijs, Natuur & landschap van de Vechtstreek (Zeist 2011)
- Luc Amkreutz, 'Een zwaard als geen ander...' in: Archeologie Magazine, 2008, 1, p. 22.
- R.J. Ooyevaar (red. B.R. Feis), Archeologie van de Lopikerwaard. Het ontstaan van Zuid-West-Utrecht (Lopikerwaard 1990).

meer

verhalen

meer