Verhaal

In de provincie Utrecht zijn sporen gevonden waaruit blijkt dat hier in de zevende eeuw Merovingische Franken woonden. Zij stonden onder invloed van christelijke vorstendommen in België, Noord-Frankrijk en het Rijngebied. De Merovingers hadden een groot aandeel in de kerstening van Nederland - meer uit eigenbelang dan uit idealisme.

De Frankische vorst Merovech (vóór 410-458) vestigt zijn hof in Doornik. Naar hem worden de Merovingische koninkrijken genoemd. Zijn kleinzoon Clovis (482-511) weet de alleenheerschappij over de Franken te verkrijgen door alle concurrerende koningen uit te moorden. Als eerste Frankische heerser bekeert Clovis zich tot het christendom en laat hij zich in 495 dopen. Daarmee zet hij een belangrijke stap op weg naar de kerstening van West-Europa.

De Franken komen eraan....

De machthebbers van het 'Frank-rijk' sturen een leger naar onze streken, met de bedoeling om de monding van Rijn en Maas – belangrijke handelswegen - in handen te krijgen. Op hun weg stuiten de Merovingers op de legers van de Friese koning Radbod, die zij in 690 verslaan. Nadat enkele jaren later Dorestad en de stad Utrecht in Frankische handen zijn gekomen, berust het overheidsgezag hier formeel bij de Frankische koningen.

Kerstening

De Merovingische Franken spelen een belangrijke rol in de kerstening van Nederland. De leiders 'gebruiken' de kerkelijke organisatie om beter grip te krijgen op de door hen beheerste gebieden. Het kerstenen van de Friezen, het heidense volk waartegen de Merovingers om grondgebied hebben gestreden, staat daarbij centraal. Het omgekeerde gebeurt eveneens: de idealistische monnik Willibrord, die in 690 als missionaris naar onze streken reist, zoekt na aankomst direct contact met de Frankische leider, Pippijn II. Door hem als beschermheer te aanvaarden, snijdt het mes aan twee kanten: Willibrord kan zijn geloof uitdragen en Pippijn kan hem als aartsbisschop van de Friezen aan het werk zetten.

Op de kaart

meer

verhalen

meer