Verhaal

Van de akkers rond Oudewater kwam lange tijd voldoende vezelhennep om de touwslagers in de regio van garens te voorzien. Daar kwam een einde aan in 1672. Toen werden de polders onder water gezet om het Franse leger op afstand te houden. Een probleem. Want waar moesten de touwslagers hun hennep vandaan halen? De oplossing kwam van ver: uit het Russische Oostzeegebied.

Auteur: Nettie Stoppelenburg

Vezelhennep groeide welig op de akkers rond de Krimpenerwaard en Hekendorp. Onder meer dankzij de rijke fosfaatlaag in de grond, een mineraal dat volop in koeienmest zit. Vandaar ook dat boeren rond Oudewater al hun mest naar de akkers brachten. Want hoe meer fosfaat in de grond, hoe beter de hennep groeide. Toen het gebied in 1672 onder water gezet werd om de Fransen op afstand te houden, konden boeren hun koeienpoep niet meer kwijt op de akkers. Twee jaar lang stond het gebied onder water. Daardoor verdween ook de fosfaatlaag. Een tegenvaller voor de verbouwers van hennep.

Gebrek aan mest

En daar bleef het niet bij. In 1713 brak de veepest uit. Sommige boeren raakten daardoor al hun koeien kwijt. Omdat dode koeien niet kunnen poepen, was er steeds minder mest beschikbaar voor de hennepakkers. In 1726 braken ook nog eens de Lekdijk en de dijk van de Hollandsche IJssel door. De Krimpenerwaard, Lopikerwaard én de Snelrewaard kwamen daardoor onder water te staan. Jaren later volgden nog eens twee dijkdoorbraken: de Lekdijk begaf het in 1752 en nog eens in 1760. De Krimpenerwaard en de Lopikerwaard stonden wéér onder water.

Bundels met loodjes

Vanaf het einde van de zeventiende eeuw werd er ‘Moscovische’ hennep geïmporteerd uit Rusland en de Baltische staten om te voorzien in de vraag naar hennep. De prijzen waren kennelijk zo concurrerend dat Nederlandse boeren geen brood meer zagen in het verbouwen van hennep. Het was voor hen niet meer interessant om te investeren in een fosfaatlaag voor hun hennepakkers. De touwslagers van Oudewater kochten hun hennep ondertussen bij handelaren uit Amsterdam.

Van hen kochten ze ‘Moscovische’ hennep. Kwaliteitsspul dat in bundels per schip aangevoerd werd bij het Amsterdamse Veer. Die kwaliteit kon men aflezen aan het loodje dat aan elke bundel hing. Dat loodje was een keurmerk uit Rusland dat aantoonde dat het gewicht en de kwaliteit in orde waren. De touwslager gooide deze henneploodjes weg als hij de bundel verwerkte. Deze loodjes worden nu gevonden in en rond Oudewater. Waarschijnlijk kwam er ook weleens een Russische handelaar op bezoek in Oudewater, want naast henneploodjes uit Rusland werd er namelijk ook een Russische munt gevonden.

 

meer
meer