Verhaal

Naast het dorp Woudenberg, aan de weg naar Amersfoort, ligt een mooi wit landhuis. Het ligt vredig in een groen landschap en de enige drukte komt van het voorbijrijdende verkeer. Meer dan vijfhonderd jaar geleden was Geerestein een belangrijk kasteel. Toen was het hier veel minder rustig.

Kasteel Geerestein werd omstreeks 1400 gebouwd door Jacob van Zuylen. Hij was een machtig man met vele functies. Zo was hij schout van de stad Amersfoort en ook maarschalk van Eemland. Het Eemland was het noordoostelijke deel van het Sticht, de tegenwoordige provincie Utrecht. Als maarschalk was Jacob verantwoordelijk voor bestuurlijke zaken en de rechtspraak. Hij verbleef dikwijls op het kasteel Stoutenburg, maar dat was niet zijn eigendom. Waarschijnlijk heeft hij het kasteel Geerestein gebouwd, omdat hij zelf ook een kasteel in deze streek wilde bezitten. Jacob overleed in 1418. Het kasteel bleef in bezit van familie.

Belegering van Geerestein

Na 1477 ontstond er een onrustige tijd in het Sticht. De landsheer was bisschop David van Bourgondië. Zijn onderdanen wensten hem niet langer te gehoorzamen. Men vond dat de bisschop te veel van de oude privileges had opgeheven. Belangrijke hoge heren waren hierdoor een deel van hun macht kwijtgeraakt. Gerrit en Steven van Zuylen speelden een belangrijke rol bij het verzet tegen de bisschop. Een leger van de bisschop trok in 1482 op naar Geerestein. Het kasteel was niet erg belangrijk voor de bisschop, maar hij wilde de Van Zuylens een lesje leren. Een langdurige belegering konden de meeste kastelen in die tijd al niet meer doorstaan door de ontwikkeling van vuurwapens. Bij Geerestein bleek een belegering of een zwaar gevecht niet eens nodig te zijn. Jan Misselink, een van de soldaten in het kasteel, pleegde verraad en het bisschoppelijk leger kreeg het kasteel daardoor gemakkelijk in handen. Gerrit en Steven van Zuylen werden gevangen genomen met nog twintig andere personen. Vervolgens werden ze weggevoerd naar Wijk bij Duurstede en daar opgesloten in het grote kasteel van de bisschop. Geerestein werd geplunderd. Veel huisraad werd meegenomen en bovendien veertig koeien die bij het kasteel liepen. Alles wat de veroveraars niet konden vervoeren brachten ze weer naar binnen en daarna werd het kasteel in brand gestoken. Geerestein veranderde in een ruïne.

Herbouw

Lange tijd was het kasteel niet meer dan een bouwval maar in 1536 was het kasteel weer herbouwd en werd het opnieuw door een Van Zuylen bewoond. Na die tijd is Geerestein nog vele malen verbouwd en steeds opnieuw aangepast aan de laatste mode, maar een verwoesting zoals in 1482 is niet meer voorgevallen.

Meer lezen over dit onderwerp?
-
B. Olde Meierink e.a. (red.), Kastelen en ridderhofsteden in Utrecht, Utrecht 1995
- B. Olde Meierink, Geerestein en zijn bewoners, Woudenberg 1995
- J.W. van Maren, Scherpenzeel in oorlogstijd (1481-1483), in: J.C. Klesser (red.), Van Scarpenzele tot Scherpenzeel, Scherpenzeel 1996, 55-70
- Willem van Maren, ‘Eertijds een sterk slot. Versterkte huizen in de Gelderse Vallei in de middeleeuwen’, in: Jaarboek Oud-Utrecht 2015, 29-58
- N.B. Tenhaeff (ed.), Bisschop David van Bourgondië en zijn stad, Utrecht 1920

Dit verhaal is voortgekomen uit de werkgroep Oorlog en Vrede. Onderzoekers hebben onder leiding van Landschap Erfgoed Utrecht de menselijke kant van het Utrechtse militaire verleden bestudeerd. Alle artikelen uit de werkgroep zijn te lezen in Jaarboek Oud-Utrecht 2015.

 

meer
meer