Verhaal

Het water was lange tijd een vijand voor de Gelderse Vallei, want er waren vaak overstromingen. Totdat iemand op het idee kwam dat je het water ook kon gebruiken om een vijandelijk leger tegen te houden door gebieden expres onder water te zetten. Daarvoor werd een stelsel van dammen, sluizen en forten aangelegd: de Grebbelinie.

Al in de zestiende eeuw waren er plannen om de laaggelegen Gelderse Vallei in te richten als waterlinie. Hoger gelegen delen die niet onder water verdwenen werden verdedigd door schansen, wallen en forten. De oudste schans was al in 1590 bij Woudenberg aangelegd. Daarna was de bouw echter gestopt. 

Franse invasie tijdens het rampjaar

De plannen voor een complete linie werden opnieuw actueel toen in het rampjaar 1672 de Fransen onder Zonnekoning Lodewijk XIV ons land binnenvielen. Zonder veel problemen bezetten zij grote delen van de Republiek, waaronder de stad Utrecht. Onder de nieuwe stadhouder Willem III wisten de legers van de Republiek de Fransen echter te verjagen, maar door de gemakkelijke opmars van de Zonnekoning zat de schrik er goed in. Daarom werd besloten een verdedigingslinie aan te leggen, dwars door de Gelderse Vallei, van Spakenburg tot Rhenen: de Grebbelinie.

Verdedigingswerken aangelegd

Het duurde nog tot 1744 voordat het werk aan de linie echt groots werd aangepakt. Aanleiding was toen een Europese oorlog, die vanuit de Oostenrijkse Nederlanden (het huidige België) dreigde over te slaan naar de ons land. De Raad van State gaf opdracht voor een ontwerp voor de Grebbeliniedijk. Aan het einde van de achttiende eeuw werden bij Renswoude nog twee grote aarden forten gebouwd: Daatselaar en de Buursteeg. Ook werden nog vier verdedigingswerken aangelegd: De Rode Haan, Engelaar, De Schalm en Juffrouwwijk. Dit alles mocht echter niet baten toen de Fransen in 1794 opnieuw aanvielen. Het gebied van de Grebbelinie was met succes onder water gezet. Maar het vroor dat het kraakte, zodat het Franse leger de Grebbelinie links kon laten liggen en over het ijs de bevroren rivieren kon oversteken.

Hoofdverdedigingslinie

Toen begin 1940 de oorlogsdreiging steeds groter werd, besloot generaal Winkelman in februari dat de Grebbelinie de oostelijke hoofdverdediging moest worden. Ingrijpender voor de bewoners was het platbranden van een aantal boerderijen die in het schootsveld lagen. In de meidagen van 1940 kwam het tot een zwaar treffen met het Duitse leger bij de Grebbeberg en bij Woudenberg. Na enkele dagen van zware strijd capituleerde Nederland.  

Nog steeds zichtbaar

Na de Tweede Wereldoorlog was het gedaan met de militaire belangstelling voor de Grebbelinie. In 1952 werden delen ervan omgedoopt tot natuurreservaat. In het Utrechtse landschap zijn nog veel elementen van de Grebbelinie terug te vinden. Zo vormen de tientallen kazematten een in het oog springende herinnering aan de Tweede Wereldoorlog. Ook uit eerdere perioden zijn nog elementen zichtbaar, zoals de keerkaden, dammen, sluizen, forten, etc. Behalve de Grebbelinie liggen in de provincie Utrecht nog restanten van drie andere waterlinies: de Oude Hollandse Waterlinie, de Nieuwe Hollandse Waterlinie en de Stelling van Amsterdam.

Deze informatie is onder andere afkomstig van http://www.utrechtsecanons.nl/. Hier vindt u nog veel meer hoogtepunten uit het verleden van regio’s en plaatsen in de provincie.

Aanvullende literatuur

- Brendan McCarthy en Jolanda van Ee, 'Grebbelinie, een gelaagde geschiedenis', in: Historisch geografisch tijdschrift 25 (2007) afl. 3, 108-119.
- G.M. Muller (red.), De Grebbelinie: wat er nog aan herinnert (Veendendaal 2009).
- Bert Rietberg, De Grebbelinie: een cultuurhistorische gids (Utrecht 2004).
- Pien Steringa, 'De Grebbelinie eindelijk boven water?', in: GM2 2 (2001), 10-13.
- Anne Visser, De Grebbelinie in vogelvlucht, Heuvelrug (2003).
- Michel Zeilmaker, De Grebbelinie, Van verdediging naar bescherming (Utrecht 2008).
- A.W. van de Bunt, 'Ongewenst koninklijk bezoek aan Zeist' (lezing 1963).
- K.W. Galis, 'Zeist en het rampjaar', in: Bulletin van de Van de Poll-stichting, jrg. 2 (1972), nr. 2.
- Luc Panhuysen, Rampjaar 1672. Hoe de Republiek aan de ondergang ontsnapte (Amsterdam 2009).

 

meer
meer