Verhaal

In 1989 beginnen er opgravingen op het terrein De Geer bij Wijk bij Duurstede. Aanleiding is onder meer een grote fosfaatplek op deze plaats, die wijst op oude bewoning. Hier, op minder dan één kilometer afstand van de eerder opgegraven nederzetting op De Horden, treffen archeologen opnieuw resten aan van inheemse bewoning uit de Romeinse tijd.

In vergelijking met De Horden is van het ‘dorpje’ op De Geer veel minder opgegraven. Toch hebben archeologen kunnen vaststellen dat de bewoning langer is doorgegaan, hoewel niet zeker is of dit ononderbroken was. Het lijkt erop dat er een soort verschuiving heeft plaatsgevonden tussen De Geer en de nabijgelegen nederzetting De Horden. In de late IJzertijd verhuisden bewoners mogelijk van De Geer naar De Horden, terwijl hetzelfde in de laat-Romeinse tijd in omgekeerde richting kan zijn gebeurd. Reden kan in beide gevallen de stijgende grondwaterstand in het gebied zijn geweest.

Illuster verleden

Wat er op deze plek precies gebeurde in de tijd vóór de Romeinen kwamen, is niet met zekerheid te zeggen. Uit de IJzertijd bevindt zich hier een zogeheten palenzwermnederzetting. In de grond zijn de afdrukken gevonden van allemaal kleine gebouwtjes, die in een lintvormige strook op de westoever van de toenmalige rivier staan. De functie ervan is onduidelijk: waren dit bedrijfsgebouwtjes of opslagplaatsen? Nog vager wordt het door de aanwezigheid van een tweetal ‘paardengraven’, kuilen met complete paardenskeletten, die hierbij zijn aangetroffen.

Latere bewoning

In de Romeinse tijd ligt op De Geer - net als op De Horden - een dorpje van enkele houten boerderijen, op rechthoekige erven gescheiden door een sloot. Eén van de gebouwen is groter dan de rest en heeft mogelijk een centrale rol in de gemeenschap. Als in de derde eeuw het dorp op De Horden verlaten raakt, wonen er op De Geer in elk geval nog mensen. We weten alleen niet wíe. Wellicht zijn het ex-Hordenbewoners, die naar de nabijgelegen nederzetting zijn verhuisd. Archeologische vondsten wijzen op de aanwezigheid van Frankische (Germaanse) immigranten. Maar elk spoor van hun boerderijen ontbreekt.

Merovingers

Door het vertrek van de Romeinen en de toenemende vernatting van het landschap wordt het in de vijfde eeuw stil in het Kromme-Rijngebied. Pas vanaf de zesde eeuw vestigt zich op verschillende plaatsen een Merovingische elite (een dynastie van Frankische koningen). Of dit op De Geer ook het geval was? In elk geval zijn er sporen gevonden van enkele houten gebouwen, waaronder een drieschepig huis, een grafveld en waterputten. Het Kromme-Rijngebied krijgt in deze periode bestuurlijk gezien een centrale functie, waarin het nabijgelegen Dorestad een belangrijke rol speelt. Het is dus niet ondenkbaar dat het dorp op De Geer opnieuw door nieuwkomers bewoond werd.

meer
meer