Verhaal

Zowat alle forten van de Nieuwe Hollandse Waterlinie (NHW) zijn behouden gebleven. Het is zeer de moeite waard zo’n fort te bekijken. Voor je dat doet, is het goed een aantal dingen te weten.

Door Elian de Jonge

De verdediging bestaat uit onder water gezet land waarover de vijand zich niet kan verplaatsen. Forten staan waar de linie kan worden gepasseerd: op hoger gelegen vlakten, bij (spoor)wegen, dijken, kanalen en rivieren. Ook zijn forten gebouwd ter verdediging van inundatiesluizen waarmee het land onder water werd gezet. Die mochten niet in vijandelijke handen vallen! De afdeling Genie van het Ministerie van Oorlog ontwierp de forten. Verschillende aannemers bouwden ze, na landelijke aanbestedingen. 

Verscholen

Forten hebben grachten en kunnen slechts per brug worden bereikt. De vijand werd vooral verwacht uit het oosten. Aan die zijde zijn de forten goed verdedigbaar, beschermd en gecamoufleerd door dikke, begroeide aarden wallen. Mooi verscholen in het groene landschap herbergen de forten gebouwen met specifieke functies, zoals kazernes met logies en privaten (wc’s) voor officieren en manschappen apart, barakken en loodsen voor opslag (munitie!), wachthuizen en fortwachterswoningen. Aan de ‘achterkant’ zijn de forten vaak relatief open. Soms zijn verdedigingswerken verbonden met een ‘gedekte gemeenschapsweg’: deze veilige route voor soldaten ligt dan achter een aarden wal.

Bomvrij

Grotere forten kunnen een ‘reduit’ herbergen: een verdedigingswerk waarin soldaten zich in allerlaatste instantie konden terugtrekken. Veel gebouwen waren bestand tegen bommen, of wel ‘bomvrij’, zoals de kazematten: bunkers om vanuit te schieten of om in te schuilen. Aan de ijzeren haken aan de buitenkant kon men camouflage bevestigen. Kazematten vind je in het fort en in de weilanden er omheen. Bij een enkel fort zie je nog stalen profielbalken rechtop in een betonnen fundering gegoten. Deze ‘aspergeversperringen’ moesten tanks en pantservoertuigen stoppen, net zoals de ‘tankgrachten’: diepe sloten met steile wanden.

Uniek

Hoewel enkele forten naar eenzelfde ontwerp zijn gebouwd, zijn ze eigenlijk uniek; elk fort is ontworpen voor een specifieke locatie en verdedigingsdoel. Kleinere forten noemt men vaak ‘werk’. Ook zijn er indrukwekkende ronde torenforten van meerdere verdiepingen, zoals Fort Honswijk aan de Lek met zijn massieve toegangspoort. Bij Utrecht ligt de ‘Houtense Vlakte’ die niet onder water gezet kan worden. Daarom staan hier meer forten, dicht opeen. Daaronder het grootste Nederlandse fort, Rijnauwen, geschikt voor 540 manschappen en 105 kanonnen. Zuidelijk van Utrecht liggen de vier Lunetten, waarvan de plattegrond met wat fantasie lijkt op een halve maan (‘Lune’ = Frans voor maan). Zulke lunetten vind je ook elders. Voor het nabijgelegen Fort bij Vechten - het grootste na Rijnauwen - waren 16 miljoen bakstenen nodig. Aan de meeste forten is lang gewerkt. Ze zijn vaak tussentijds versterkt of uitgebreid. Gebouwen die je ziet, kunnen dus gebouwd zijn tussen 1815 en 1940! Vaak staat het jaartal erop.

 

meer
meer