Verhaal

Vanaf 1795 is ons land een satellietstaat van Frankrijk en krijgen de patriotten door de Fransen de macht toebedeeld. De regentenpolitiek is voorbij; het is de tijd dat de patriotten hun democratische idealen in praktijk kunnen brengen.

Na de Franse overwinning hebben de patriotten de macht. Zij zijn geïnspireerd door de idealen van de Franse Revolutie: Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap. Volgens het gelijkheidsideaal moet iedereen even veel invloed hebben op het bestuur en hoort de soevereiniteit dus bij het volk te liggen. Het volk moet zelf kunnen bepalen door wie het bestuurd wordt, in plaats dat bestuurders van hogerhand benoemd worden. Daarom zetten de patriotten alle zittende bestuurders en ambtenaren af en komen er verkiezingen voor een nieuw bestuur.

Stemrecht

Alle Nederlanders boven de twintig jaar krijgen nu stemrecht. Uitgesloten zijn echter Oranjegezinden (aanhangers van de verdreven stadhouder), vrouwen, militairen, criminelen en mensen die leven van de bedeling. Iedereen kan zich in principe verkiesbaar stellen. Belangrijke posten zijn dus niet langer voorbehouden aan leden van vooraanstaande families.

Opdraven

Verkiezingen gaan volgens een getrapt systeem. Onderaan staan de grondvergaderingen, waaruit mensen worden gekozen voor het district. De districten kiezen vervolgens de leden van het parlement. Aanvankelijk is de invoering van het stemrecht een groot succes. Maar er zijn wel erg vaak grondvergaderingen. Om het minste of geringste moeten de kiezers komen opdraven. Steeds minder mensen blijven enthousiast over de nieuwe bestuursvorm.

Terugschroeven

Na 1801 wordt de invloed van het volk al gedeeltelijk teruggeschroefd. In 1805 wordt Schimmelpenninck benoemd tot raadpensionaris. Hiermee krijgt de Bataafse Republiek weer een éénhoofdig bestuur. De term raadpensionaris grijpt terug op het stadhouderlijke tijdperk. Met de komst van koning Lodewijk Napoleon in 1806 worden de democratische vernieuwingen weer helemaal teruggedraaid.

meer

verhalen

meer