Verhaal

De Romeinen kennen munten als betaalmiddel al vanaf ongeveer 280 voor Christus. Maar het is pas de eerste keizer, Augustus (27 voor Christus tot 14 na Christus) die een officieel muntstelsel in het Romeinse Rijk invoert. In het maatschappelijke leven blijft ruilhandel nog een belangrijke rol spelen.

Het nieuwe stelsel van keizer Augustus voorziet vooral in het munten van goud- en kopergeld. Dit is een toevoeging op de al ingevoerde denarius van zilver. De gouden aureus (waarde: 25 denarii) staat bovenaan in het stelsel. Goudgeld gebruiken de Romeinen vooral als spaargeld. De koperen munten zijn noodzakelijk voor een soepel alledaags betalingsverkeer. Centraal staat de as, met daaronder de halve en de kwart as, en erboven de dupondius (waarde: 2 as) en de sestertius (waarde: 4 as).

Euro

Net als tegenwoordig – in het tijdperk van de Euro – is er dus onder Augustus een uniform geldstelsel in het grootste deel van Europa. Of je nu aan de Middellandse Zee of aan de Noordzee gelegerd bent, je betaalt met hetzelfde geld. De keizer laat op verschillende plaatsen in het rijk munten slaan. De soldij voor de Romeinen in het Middelnederlands rivierengebied komt uit Nîmes en later uit Lyon, de hoofdstad van de provincie Gallia.

Betalingsverkeer

De eerste hulptroepen in de Utrechtse castella geven hun salaris direct weer uit bij Romeinse handelaren in de kampdorpen. Pas door een intensieve geldpolitiek onder keizer Tiberius (14-37) komt ook de inheemse bevolking in aanraking met het Romeinse geld en ontstaat er betalingsverkeer tussen Romeinen en de lokale bewoners. Dit ruimere gebruik van muntgeld blijkt onder meer uit muntvondsten op plaatsen waar zich inheemse nederzettingen, vici en cultusplaatsen bevonden.

Zilvergeld

De Germanen lijken een voorkeur te hebben voor zilvergeld. In de laat-Romeinse tijd belonen de Romeinen stamhoofden langs de rijksgrens de zogeheten foederati met zilveren denarii. Ook Germaanse huurlingen krijgen hun soldij vaak in de vorm van zilvergeld. De indruk bestaat dat de soldaten hun zilveren munten opsparen, terwijl ze het kopergeld gebruiken voor het dagelijkse betalingsverkeer.

Goudgeld

Regelmatig is in de huidige provincie Utrecht ook goudgeld opgegraven, meestal met vele munten tegelijk. Zo’n goudschat is dan wellicht de spaarpot geweest van een hooggeplaatste Romeinse soldaat of een plaatselijk stamhoofd, die de eigenaar verborgen had en die hij in tijden van nood in de steek moest laten. Ook is wel gedacht dat inheemse leiders de schat begroeven als offer aan de goden.

meer
meer