Verhaal

Langs de Utrechtse Heuvelrug vinden we enkele grote huizen van vroege oorsprong, soms uit de 17de en 18de eeuw, zoals Slot Zeist of Broekhuizen. Vaak zijn die gesticht op de plek van Middeleeuwse kastelen. Maar in de 19de eeuw werden er veel nieuwe buitenplaatsen gebouwd, met een grote variatie aan stijlen.

Door Elian de Jonge

Tussen De Bilt en Rhenen ontstond een ‘parelsnoer’ van buitenplaatsen, bekend als de Stichtse Lustwarande. Zowel in geval van het huis als van de tuin, volgde men min of meer de mode. In de 19de eeuw herleefde ook de belangstelling voor bouwkunst uit vroeger tijden, in zogenoemde de neostijlen als het neoclassicisme of de neogotiek. 

Eerlijke, pure schoonheid

De opzet van de buitenplaats bleef ongeveer gelijk: een hoofdhuis met bijgebouwen: koetshuis, oranjerie, tuinmans- of portierswoningen, schuren, duiventillen, poortgebouwen en soms een ijskelder. Veel huizen gebouwd tussen ruwweg 1780 en 1870 waren neoclassicistisch. In deze stijl waren de stijlidealen van de oude Grieken en Romeinen dominant. Voor veel kunstenaars hadden die namelijk een ‘eerlijke en pure schoonheid’ bereikt. Het strakkere classisisme was ook een reactie op de zwierige krullen van de voorgaande Lodewijk-stijlen. Goed herkenbaar zijn rechtlijnigheid, symmetrie en harmonie, en klassieke elementen als zuilen, kroonlijsten en driehoekige frontons. Voorbeelden zijn het majestueuze Broekhuizen (Leersum), het strenge Blikkenburg (Zeist) en Vollehoven (De Bilt), zonder uitzondering huizen met witgepleisterde gevels. 

Neogotiek en combineren naar hartenlust

De neogotiek grijpt terug op de Middeleeuwse gotische bouwkunst. Die stijl is vooral zichtbaar in de rooms-katholieke kerkbouw en bij uitzondering in de architectuur van buitenplaatsen. Kenmerkend zijn verticale lijnen, gebruik van spitsbogen, (giet)ijzerwerk aan balkons en versierde erkers. Moersbergen (Doorn) en Sandenburg (Nederlangbroek) werden verbouwd in neogotische stijl. Buiten de heuvelrug is kasteel De Haar een beroemd voorbeeld. Vanaf midden 19de eeuw komt er meer variatie. Bemiddelde vakantievierders die Zwitserland bezochten, veroorzaakten tussen 1880 en 1910 een modetrend: de chaletstijl. Die zien we in de tuinmanswoning van Hydepark (Doorn) en Villa Rozenhoeve (Zeist), maar vaker bij kleinere villa’s in oude woonwijken. 

Eclecticisme

Stijlen combineren - met een sjiek woord: eclecticisme - gebeurde in de 19de eeuw ook veelvuldig, zoals bij Ma Retraite (Zeist), een soort Italiaanse suikertaart. Ook oosterse invloeden kwamen voor. Tuinen werden landschapstuinen. Om daar vanuit huis meer van te kunnen genieten, voegden bewoners veranda’s toe met zicht op de tuin. Veel buitenplaatsen verdwenen in de vorige eeuw. Van buitenplaatsen die de tand des tijds hebben doorstaan, is de omliggende grond vaak verkaveld en verkocht voor de bouw van huizen. Zo lijkt de 19de-eeuwse tuinmanswoning van Ma retraite in Zeist nu wat verdwaald in een jaren dertig wijk.

meer
meer