Verhaal

De stad Utrecht heeft van oudsher een grote 'kerkdichtheid'. De vroegste kerken ontstonden in het hart van Utrecht, bovenop de resten van het voormalige Romeinse castellum Traiectum. Onder bisschop Bernold (1027-1054) ving de bouw aan van het zogenoemde 'kerkenkruis' rond de Dom of Sint-Maartenskerk en de naastgelegen Sint-Salvator.

De bouwplannen van Bernold voorzagen in twee kapittelkerken vlakbij de Maartensdom. Deze twee kerken kwamen nog tijdens het leven van de bisschop gereed: de Janskerk in het noorden en de Pieterskerk in het oosten. De overige kerken van het 'kruis' - een latere benaming - waren de Pauluskerk (horend bij de Paulusabdij) in het zuiden en de Mariakerk in het westen. Er is overigens nog steeds discussie over de vraag of bisschop Bernold dit kerkenkruis van te voren zo had gepland.

Oorden van rust en stilte

De kerken van het kerkenkruis vormden oorden van rust en stilte in het hart van de stad. Tot de Reformatie in 1580 functioneerden ze zuiver als kerken voor de kapittels. Dit waren colleges van kanunniken, seculiere geestelijken (in tegenstelling tot 'reguliere geestelijken': monniken die afgesloten van de wereld samenleven). Sommige kanunniken hadden ook andere bezigheden. Zo iemand was bijvoorbeeld de schilder Jan van Scorel, die kanunnik was bij de Mariakerk en daarnaast een bloeiend schilderatelier leidde. Veel kanunniken bewoonden de huizen die direct rond deze kerken stonden. Dit waren afgesloten gebieden waar gewone burgers weinig te zoeken hadden.

Parochiekerken

Andere Utrechtse kerken waren speciaal voor burgers. Dit waren de parochiekerken: de Buurkerk, de Jacobikerk, de Geertekerk en de Nicolaïkerk.

Bekijk ook de Canon van de stad Utrecht voor meer informatie over dit onderwerp en andere hoogtepunten uit de geschiedenis van de stad.

Informatie

Periode: Late Middeleeuwen (1000 - 1500)
Regio: Regio Utrecht
Plaats: Utrecht
Tags: Bernold, Kerkenkruis

Op de kaart

meer

verhalen

meer