Verhaal

Veel mensen associëren files vooral met woon-werkverkeer. De eerste opstoppingen ontstonden echter op het moment dat veel mensen tegelijk tijdens mooie weekenden erop uit gingen. Op mooie zomerdagen rond de stranden, bijvoorbeeld. En ook de eerste file op een Nederlandse autosnelweg was tijdens een mooie dag: de eer is aan verkeersplein Oudenrijn.

Auteur: Hans Buiter

De eerste files op Nederlandse autosnelwegen ontstonden tijdens mooie voorjaarsdagen in de jaren vijftig. Verkeersplein Oudenrijn had de primeur. Hier kruisten sinds 1954 Rijksweg 12 en Rijksweg 2 (de latere A12 en A2) op een rotonde met grasveld in het midden elkaar. Het kruisen van het noord-zuidverkeer met het oost-westverkeer resulteerde in opstoppingen tijdens Pasen, Hemelvaart en Pinksteren. De momenten waarop recreanten uit de grote steden, die de Veluwe en andere natuurgebieden wilden bezoeken, mengden met landgenoten en Duitsers die juist naar de kust trokken.

Decor van drukte

Vanaf 1955 was Oudenrijn het decor van files. In dat jaar telde Rijkswaterstaat voor het eerst 55.000 motorvoertuigen op een dag op het plein. Oudenrijn stelde vanaf dat moment de weg Utrecht – De Bilt wat betreft de drukte in de schaduw. Vanaf 1957 pasten de wegbeheerders noodmaatregelen toe om het verkeer aan de gang te houden. Ze leiden het noord-zuid verkeer om waardoor het oost-westverkeer niet langer rechtstreeks zou kruisen. Op de rotonde was hierdoor sprake van invoegend verkeer. De opstoppingen en de politiemaatregelen trokken kijkers van heinde en verre die naar het verkeer kwamen kijken. De drukte op de weg was een bijzonderheid en werd een toeristische attractie op zich.

Ruimte op de weg

De drukte tijdens de mooie voorjaarsdagen bleef en werd ieder jaar groter. Nederlanders werden mobieler en gebruikten hun auto steeds vaker om te recreëren in niet-stedelijke gebieden. De nog schaarse autosnelwegen bleken in weekenden steeds meer verkeer aan trekken, vanwege de ruimte die de automobilisten hier hadden op de rijbanen en op de parkeerstroken waarvan de autosnelwegen voorzien waren.

Klapstoelen in de berm

Recreanten gebruikten de berm van de autowegen om klapstoelen neer te zetten, hun boterhammen te eten en naar het landschap en het verkeer te kijken. Pas vanaf 1966 was het verboden voor automobilisten langs de autosnelweg stil te staan behalve in geval van pech. De parkeerstrook werd een vluchtstrook. De ANWB zette bovendien vanaf 1962 bewegwijzerde toeristische autoroutes uit, zoals over de Utrechtse Heuvelrug, om automobilisten te verleiden de hoofdroutes te verlaten voor het achterland. In de loop van de jaren zestig zouden de files meer symbool voor het woon-werkverkeer worden.

Dit verhaal is onderdeel van de serie Als je niet reist, kom je nergens. Daarin gaan we door verhalen onderweg in de provincie Utrecht. Op welke manier reisde men in de afgelopen eeuwen in en door de provincie Utrecht? Wie trokken er rond er en wat heeft al die beweging gedaan met het Utrechtse landschap? Het komt allemaal aan bod.

Bronnen

- Hans Buiter en Kees Volkers, Oudenrijn. De geschiedenis van een verkeersknooppunt, Utrecht, 1996

meer

verhalen

meer