Verhaal

Mijloenen guldens duurder dan begroot, en twaalf jaar nadat het besluit in Den Haag genomen werd. In 1892 werd dan eindelijk het Merwedekanaal feestelijk geopend. De verwachtingen van deze nieuwe vaarweg waren hooggespannen. Het zou de Rijnvaart uit Amsterdam naar Keulen zeer ten goede komen. Helaas bleek het kanaal al snel te klein en gingen de gedachten al weer uit naar een grotere opvolger: het Amsterdam-Rijnkanaal. Wel profiteerde de industrialisatie van dit vaarwater.

Auteur: Peter van Walstijn, Schrijfteam UtrechtAltijd.nl

Op 4 augustus 1892 voer ‘s middags een feestelijk versierd schip met Koningin Wilhelmina en Koningin-regentes Emma aan boord door de Muntsluis in Utrecht. De reis ging over het nieuwe Merwedekanaal naar Vreeswijk, waar Wilhelmina en Emma de ook nieuw aangelegde Koninginnensluis zouden openen. Die dag moesten stoomschepen op het hele traject van het kanaal hun uitstoot van rook beperken en de vlag uithangen. Modder- en zandschuiten mochten zich helemaal niet vertonen. Langs de route hadden zich toeschouwers verzameld. In Utrecht klonk muziek van een blaaskapel over het water en zong het publiek de feestboot toe. Zo werd dan eindelijk de opvolger van de oude Keulse Vaart officieel in gebruik gesteld.

Het Muntsluiscomplex

Het eerste deel van het Merwedekanaal liep van Amsterdam tot Utrecht en kruiste het Utrechtse stadswater. Dat had een ander waterpeil en dus moest het Merwedekanaal ervan gescheiden blijven. Daarom werd in 1887 een voor die tijd omvangrijke sluis aangelegd op die kruising ten westen van de stad, ter hoogte van de Utrechtse wijk Lombok. De sluis ging later Muntsluis heten. Deze is samen met de tweede Muntsluis uit 1904 vrijwel ongeschonden gebleven en ademt een negentiende-eeuwse sfeer. De ophaalbruggen, gietijzeren basculebrug, de draaibrug bij de Rijksmunt en de dienstwoningen voor brugwachters: dit Muntsluiscomplex is in zijn geheel rijksmonument.

Erfenis

Door de drukte op het water en het groter worden van de schepen was het Merwedekanaal al snel te klein. Een aanpassing zoals de bouw in 1904 van een tweede Muntsluis naast die van 1887 mocht niet baten. Men noemde het kanaal nota bene een kikkersloot. In de toekomst zou het veel grotere Amsterdam-Rijnkanaal de rol van het Merwedekanaal overnemen. Op het Merwedekanaal is het nu stil, op wat pleziervaart en roeiers na. Toch heeft het Merwedekanaal een bijdrage geleverd aan de industrialisatie van Utrecht en Maarssen. Langs het water vestigden zich in 1885 de zinkpletterij Hamburger en de metaaldraadlampenfabriek Holland, in 1908 kwam de Stichtse Lijnkoekenfabriek, in 1910 de Rijksmunt, in 1912 Werkspoor, Demka in 1915, in 1921 de Ubbe Twijnstra oliefabriek te Maarssen, de PEGUS in 1922 en Douwe Egberts in 1929.

Dit verhaal is onderdeel van de serie Als je niet reist, kom je nergens. Daarin gaan we door verhalen onderweg in de provincie Utrecht. Op welke manier reisde men in de afgelopen eeuwen in en door de provincie Utrecht? Wie trokken er rond er en wat heeft al die beweging gedaan met het Utrechtse landschap? Het komt allemaal aan bod.

Op de kaart

meer

verhalen

Gerelateerde objecten

meer