Verhaal

In 1914 opende het eerste langeafstandswandelpad van Nederland. Op 27 mei van dat jaar kwam in Amerongen een veertigtal wandelaars bijeen die een deel liepen van een kort te voren uitgezette wandelroute tussen Amsterdam en Arnhem. De ambitie voor deze route? Het moest een vergelijkbare ervaring zijn voor wandelaars die ook graag in het buitenland liepen. ‘Dit is het begin van de nieuwe (oude) sport.’

Auteur: Hans Buiter

De genodigden reden per stoomtram van Driebergen naar Darthuizen om van daaruit naar Amerongen te wandelen. Het traject was door de hoogteverschillen één van de spectaculairste onderdelen van de route. De tocht werd afgesloten met een maaltijd in hotel Lievendaal in Amerongen. Een muziekkorps luisterde de feestelijkheden op. Waarnaar de deelnemers met de stoomtram terugreden naar station Driebergen. ‘Iedereen was vermoeid doch zeer enthousiast. Dit is het begin van de nieuwe (oude) sport’, concludeerde De Kampioen op 29 mei 1914.

Zware wandelgidsen

Wandelen deden Nederlanders al langer. De wandelgidsen die dominee Jacobus Craandijk tussen 1874 en 1888 schreef, spreken boekdelen. De boeken waren echter te zwaar om wandelend mee te nemen en bewegwijzerde routes bleven lang uit in tegenstelling tot Groot-Brittannië, Duitsland en Zwitserland waar dergelijke routes in de negentiende eeuw wel tot stand kwamen. Ook Nederlanders liepen deze wandelwegen graag.

Hoogteverschillen en vergezichten

Geïnspireerd door de buitenlandse routes besloot de ANWB in 1913 ook in Nederland een dergelijke wandelroute uit te zetten. Het bestuur koos voor een zo schilderachtig mogelijk tracé met hoogteverschillen en vergezichten om de wandelaars een ervaring te kunnen bieden vergelijkbaar met het lopen op de buitenlandse routes. De bond zette een 153 km lange wandelroute uit tussen Amsterdam en Arnhem. De route voerde door een gevarieerd gebied met plassen, heidevelden, zandverstuivingen, bossen, heuvels en weidse uitzichten op de Neder-Rijn.

Wandelen over particulier eigendom

Om de wandelaars te helpen, markeerde de bond de route met schildjes en gaf ze een routeboekje uit. Veel van de bosterreinen en landgoederen waarover de wandeling voerde, waren particulier eigendom. De ANWB maakte afspraken met de eigenaren om wandelaars toegang te verlenen. Bij de bond konden ze ‘wandelbewijzen’ kopen, die hen recht gaf ook op deze particuliere terreinen te lopen.

Lovende berichten

De wandelweg sloeg aan. De kranten schreven er lovend over en wandelaars stroomden toe. Ze roemden de variatie aan landschappen die ze onderweg tegen kwamen en waardeerden de door de ANWB aanbevolen pleisterplaatsen. In 1914 verkocht de ANWB maar liefst 2000 wandelboekjes en 5000 wandelbewijzen. In de jaren erna zou de ANWB de ene na de andere wandelroute tot stand brengen.

Dit verhaal is onderdeel van de serie Als je niet reist, kom je nergens. Daarin gaan we door verhalen onderweg in de provincie Utrecht. Op welke manier reisde men in de afgelopen eeuwen in en door de provincie Utrecht? Wie trokken er rond er en wat heeft al die beweging gedaan met het Utrechtse landschap? Het komt allemaal aan bod.

Bron

- Hans Buiter en Peter Staal, Het avontuur van de ANWB. 135 jaar onderweg, Bussum, 2018

Informatie

meer
meer