Verhaal

Het logement ‘Het Kasteel van Antwerpen’ aan de Oudegracht bestond al in de zestiende eeuw. Het was niet zomaar een logement, maar een ‘herenlogement’ waar alleen de betere stand welkom was. In de negentiende eeuw werd het uitgebreid en ging verder als ‘Hotel Het Kasteel van Antwerpen’, tot 1950.

Auteur: Nettie Stoppelenburg, Het Utrechts Archief

In 1566 wordt het huis voor het eerst genoemd als ‘Schooneggen’ met in de voorkamer een werkplaats en winkel. Het is dan eigendom van Ludolf Corneliszoon en hij was stoeldraaier van beroep. Dat betekende dat hij dure stoelen maakte met bewerkte poten en armleuningen. In 1593 kocht Commertgen Rijcken het pand met als naam ‘Het Casteel van Antwerpen’. Het eigendom strekte van de Oudegracht tot aan de Lange Elisabethstraat. Daar was de stalling voor paarden en koetsen.

Beroemde gasten in de 17e eeuw

Meer dan zestig jaar was Commertgen hier waardin. Met haar twee echtgenoten heeft zij een bloeiend bedrijf gevestigd, helaas is er niet veel bekend over haar. Wel weten we dat zij zelfs de schilder Pieter Paul Rubens onder haar gasten rekende. In 1667 waren Anthoni de With en zijn echtgenote Maeyke van Oostersee de nieuwe logementhouders. In dat jaar logeerde Cosimo de’ Medici, de zoon van de groothertog van Toscane en later zelf ook groothertog.  in ‘Het Kasteel van Antwerpen’. Van zijn reis door de Nederlanden en zijn verblijf in Utrecht werd door zijn personeel een keurig verslag gemaakt.

Het oude en het nieuwe Kasteel

In 1710 stierf de waard van ‘Het Kasteel van Antwerpen’, Pierre Forest. Zijn weduwe vertrok naar de herberg ‘Het Witte Poortje’ aan de Ganzenmarkt en doopte dat om tot ‘Het Nieuwe Kasteel van Antwerpen’. Het logement aan de Oudegracht werd toen ‘Het Oude Kasteel van Antwerpen’. Er was nogal eens verwarring onder bezoekers van Utrecht: in welk kasteel hadden ze nu hun kamer geboekt?

De raadselachtige dame

In 1759 logeerde de Zweedse politicus en astronoom Bengt Ferner in ‘Het Kasteel van Antwerpen’. Hij schreef in zijn dagboek over een geheimzinnige gast die zich mevrouw Viral noemde. De waard, Jean du Bois, vertelde Ferner dat zij een Française was die al drie jaar bij hem logeerde. Een Franse markies betaalde de waard voor haar verblijf. Mevrouw Viral leefde heel eenvoudig en las alleen geestelijke boeken. Maar wie zij echt was en waarom zij in het logement verbleef, was onbekend.

Tevreden gasten

Jean du Bois was vanaf 1750 eigenaar en waard in ‘Het Kasteel van Antwerpen’. Hij ontving diverse belangrijke en beroemde gasten. In 1756 logeerde Charles Manners, markies van Granby, diverse malen in zijn logement.  In 1774 ontving hij de botanicus en arts Johann Friedrich Carl Grimm uit Gotha. Keizer Joseph II, de zoon van keizerin Maria Theresia en de broer van de Franse koningin Marie Antoinette logeerde hier in 1780. Hij reisde toen vanuit de Zuidelijke Nederlanden onder het pseudoniem ‘graaf van Falkenstein’ naar Den Haag voor een ontmoeting met de stadhouder. In 1794 kwam Ann Radcliffe op bezoek, de schrijfster die beroemd werd met haar ‘gothic novels’ zoals ‘The mysteries of Udolpho’. Zij noemde ‘Het Kasteel van Antwerpen’ als ‘een uitstekend logement’. Ook Pauline Dorothea Frisch-Tutein, een dame uit een Deense familie van industriëlen, was tevreden. Zij logeerde hier in 1797 en beschreef het logement als ‘zeer groot en elegant’.

Verbouwing

In 1882 werd het logement aan de Oudegracht uitgebreid met het pand aan de noordzijde en voorzien van een nieuwe gevel. Het is sinds 1950 geen hotel meer, maar vanaf de overzijde van de Oudegracht nog wel heel herkenbaar.

Dit verhaal is onderdeel van de serie Als je niet reist, kom je nergens. Daarin gaan we door verhalen onderweg in de provincie Utrecht. Op welke manier reisde men in de afgelopen eeuwen in en door de provincie Utrecht? Wie trokken er rond er en wat heeft al die beweging gedaan met het Utrechtse landschap? Het komt allemaal aan bod.

meer

verhalen

meer