Verhaal

In de herfst van 1811 maakte Keizer Napoleon Bonaparte een reis door Nederland, dat hij een jaar daarvoor had ingelijfd bij zijn keizerrijk. Tot zijn grote ergernis waren de wegen in ons land grotendeels onverhard en zo slecht, dat hij gelastte dat er tussen Antwerpen en Amsterdam onmiddellijk een goede weg moest komen. De weg zou deel uitmaken van het keizerlijk wegenstelsel (de Routes Impériales).

Auteur: Kees Volkers

In 1813 was de weg bijna helemaal klaar. Ze liep via Breda, Gorinchem en Utrecht en was ingedeeld bij de wegen van de allerhoogste klasse. Dit waren veertien wegen die vanuit Parijs naar de belangrijkste steden en havens in het keizerrijk liepen. De weg Parijs-Amsterdam werd Route Impériale no. 2.

Deels werd de weg nieuw aangelegd, deels was gebruik gemaakt van bestaande routes. Te kronkelige stukken werden afgesneden door middel van 'coupures'. Zo ontstond ook de Amsterdamsestraatweg: een coupure van 7,5 km lang die de bochtige route langs de Vecht moest vervangen.

Tolbomen

De weg bestond uit een vier meter brede rijbaan, die was verhard met klinkers. Aan weerszijde waren onverharde stroken. De weg moest een goede afwateringen hebben en worden beplant met bomen. De wegen waren onder Napoleon nog vrij van tol, maar onder Nederlands gezag werden in 1815 alsnog tolbomen geplaatst.   

Het Franse wegenplan werd in 1814 door Nederland overgenomen en in de jaren daarna breidde het net van verharde wegen zich snel uit. Ze werden druk bereden door postwagens (diligences), maar met de aanleg van de eerste spoorlijnen werd het een stuk rustiger op de wegen. Dat veranderde na 1900 met de komst van de automobiel. De oude, smalle Rijkswegen konden het verkeer al snel niet meer aan. Rond 1920 ontstonden ook de eerste plannen om speciale snelwegen voor auto's aan te leggen.

Smalle wegen

Nog lang moest het doorgaande verkeer tussen Utrecht en Amsterdam zich door de dorpjes langs de Vecht wurmen. Vooral de passages door Breukelen, Nieuwersluis en Abcoude waren erg smal. In dat jaar werd de nieuwe autosnelweg (nu A2) geopend. Tussen Utrecht en Gorinchem waren kleine plaatsen als Vianen, Lexmond en Meerkerk pas in 1961 verlost van het drukke verkeer; in dat jaar kwam het eerste deel van de A27 gereed.

Historische route anno nu

De Route Impériale no. 2 is nog bijna helemaal te volgen; de typische kenmerken van de oude Rijksweg - het smalle profiel, de karakteristieke passages door dorpen en steden, de gevarieerde lintbebouwing - worden tegenwoordig weer meer gewaardeerd. En landschappelijk heeft deze historische route veel te bieden: met name de tracés door de Vechtstreek (tussen Maarssen en Abcoude) en in de Vijfherenlanden (Vianen en Gorinchem) zijn buitengewoon fraai.

Dit verhaal is onderdeel van de serie Als je niet reist, kom je nergens. Daarin gaan we door verhalen onderweg in de provincie Utrecht. Op welke manier reisde men in de afgelopen eeuwen in en door de provincie Utrecht? Wie trokken er rond er en wat heeft al die beweging gedaan met het Utrechtse landschap? Het komt allemaal aan bod.

meer
meer