Bekijken

Rijksmonument 528678. Inleiding: De Grebbelinie is een waterlinie van ca. 60 kilometer lengte, die gebruik maakt van de natte omstandigheden in de westelijke, laagst gelegen deel van de Gelderse Vallei. Het is een uniek voorbeeld van een aanleg van een waterlinie uit de achttiende eeuw. Doordat sindsdien geen grote ingrepen hebben plaatsgevonden in de structuur van de linie is het grootste deel van de liniewal, de keerkaden en de aarden verdedigingswerken bewaard gebleven. De Grebbelinie omvat kades, aarden forten, sluizen, kazematten, voorposten, tankgreppels, inundatievlaktes, loopgraven, bunkers etc. Omdat er steeds vanuit is gegaan dat de linie moest worden verdedigd door een tijdelijk veldleger zijn er in de Grebbelinie geen permanente onderkomens voor de militairen gebouwd. De linie was gericht tegen een mogelijk oprukkende vijand vanuit het oosten. Door het inunderen van land konden vijandelijke troepen worden tegengehouden. De Grebbelinie moest ervoor zorgen dat dit op een gecontroleerde wijze gebeurde. Het water in het geïnundeerde gebied moest voldoende diep zijn om vijandelijke voertuigen en geschut de doorgang te beletten, maar niet zo diep dat de vijand met vaartuigen de linie zou kunnen benaderen. Op die plaatsen die te hoog lagen om geïnundeerd te kunnen worden kwamen verdedigingswerken. Bij de aanleg van de inundatiegebieden is gebruik gemaakt van de lager gelegen velden. Om het gebied zo efficiënt mogelijk onder water te kunnen zetten, was de linie van zuid naar noord verdeeld in 11 kommen. Het water werd in iedere kom opgestuwd met behulp van een keerkade die dwars op de liniekade lag. Nadat al vanaf het einde van de 16e eeuw in dit gebied incidenteel versterkingen waren aangelegd, werd in 1744 op voorstel van de toenmalige Directeur-Generaal van Fortificatiën B.J. de Roy een begin gemaakt met de aanleg van de aarden wal die later de Grebbeliniedijk zou worden. De wal moest het water tegenhouden, zodat de Gelderse kant van de dijk kon worden geïnundeerd. Verder voorzag het plan vanwege het hoogteverschil tussen de Nederrijn en de Zuiderzee in de aanleg van keerkades of dwarsdijken die het water konden tegenhouden. Op die manier ontstond een reeks met water gevulde kommen, die als een soort traptreden steeds verder naar het noorden afdaalden. In totaal zijn er acht keerkades aangelegd om het gebied gecontroleerd onder water te kunnen zetten. In 1786 werden verdere versterkingen aangelegd. De eerste keer dat de linie in paraatheid werd gebracht, was in 1793 toen Frankrijk Nederland de oorlog verklaarde. Het waterpeil in de Rijn was echter op dat moment te laag om de linie onder water te zetten. Doordat de opmars niet werd doorgezet hebben de Fransen de linie toen niet bereikt. Toen echter de Fransen onder generaal Pichegru eind 1794 terugkwamen kon de linie wel onder water worden gezet. Maar een strenge vorstperiode begin 1795 zorgde ervoor dat de Franse legers zonder problemen over de bevroren rivieren en inundaties konden trekken. Uiteindelijk hebben de Fransen in 1799 de linie zijn uiteindelijke vorm gegeven. Zij besteedden veel aandacht aan de verbetering van de verdediging van de keerkaden en legden daar aarden voorposten aan. Omdat Napoleon in 1809 ten onrechte meende dat er geen gevaar meer uit het oosten dreigde, werd de Grebbelinie opgeheven als verdedigingswerk. Pas in 1846 begon men weer het belang van de Grebbelinie voor de landsverdediging in te zien. Om de spoorlijn Utrecht - Arnhem te beschermen werd deze dwars door het fort aan de Buursteeg aangelegd. In 1860 werd bepaald dat de Grebbelinie een van de belangrijkste verdedigingslinies van ons land moest zijn. Naar aanleiding daarvan werden in de belangrijkste keerkades nieuwe damsluizen geplaatst, zodat het gebied voor de linie sneller onder water kon worden gezet. In 1866 werd het Omleidingskanaal ten oosten van Veenendaal aangelegd, waardoor de inundatietijd kon worden teruggebracht van 20 naar 12 dagen. Maar desondanks werd de Nieuwe Hollandse Waterlinie de belangrijkste verdedigingslinie, omdat de inundaties daar sneller en gemakkelijker tot stand konden worden gebracht. Pas tijdens de mobilisatie van 1939-1940 werd de Grebbelinie, onder de naam Valleilinie, de hoofdverdedigingslinie van ons land. Doordat kort daarvoor het Valleikanaal was gegraven om de afwatering in de Gelderse Vallei te verbeteren was nu een doorlopend kanaal ontstaan tussen de Nederrijn en het IJsselmeer, dat ook dienst kon doen als tankgracht en ook betere mogelijkheden bood tot inunderen van het gebied. Grote delen aan de oostzijde kwamen nu onder water te staan en boerderijen die in het schootsveld stonden werden afgebroken. Rond Veenendaal werden uitgestrekte loopgraven en tankgrachten gegraven en er werden 271 betonnen mitrailleurkazematten gebouwd. In maart 1940 werd de hoofdverdediging van het oostfront van de Vesting Holland verplaatst van de Nieuwe Hollandse Waterlinie naar de Grebbelinie. Dat leidde tot de aanleg van nog meer loopgraven, tankgrachten en draadversperringen, met name in de niet te inunderen gebieden tussen Woudenberg - Renswoude en Veenendaal. Op 10 mei vielen de Duitse troepen ons land binnen. Hoewel de strijd bij de Grebbeberg het meest bekend is geworden, werd er ook zwaar gevochten op andere plaatsen op de linie. De Duitsers zorgden uiteindelijk voor de laatste aanpassing van de linie in 1944. De linie kreeg nu de naam Pantherstellung. Doel van de linie was om een naar Duitsland optrekkende vijand tegen te houden en de hoofdschootsrichting was dit keer naar het westen en zuiden. Er werden meer dan 20 kanonkazematten gebouwd, waarvan nu nog 12 bewaard zijn gebleven. In 1951 is de Grebbelinie als verdedigingslinie voorgoed opgeheven. De Bruinenburgersluis was in vredestijd bestemd voor de doorvoer van het water van de Heiligenbergerbeek. De militaire bestemming was om bij het stellen van inundaties de afvloeiing van water uit de Heiligenbergerbeek (sinds 1937 Valleikanaal) te verhinderen. Omschrijving: In 1786 aangelegd WATERWERK, bestaande uit een damsluis. De Damsluis is uitgevoerd in metselwerk met deels hardstenen schotbalksponningen en hoekprofielen. Bij de aanleg van het Valleikanaal in 1937-1939 is de sluis in oude vorm vernieuwd. De afmetingen van de damsluis zijn maximaal 14,0 bij 9,8 meter inclusief landhoofden. De sluis heeft twee doorstroomopeningen, van 3,05 en 3,08 meter breed, gescheiden door een middenpenant van 10,50 bij 1,29 meter. Verder heeft de sluis aan de noordoostzijde 2 x 2 schotbalksponningen met een tussenruimte van 2,05 meter. Aan de zijde van het Valleikanaal is een aantal schotbalken ingelaten. Boven de sluis ligt een houten brug met open ijzeren hekwerk. In de sluiswand is een jaartalsteen met tekst: 'MARIA ANGELIS -HUGUENIN, GEBr HERLIN - HEEFT DEN EERSTEN STEEN GELEGD, OP DEN 10 SEPTr 1786'. Waardering: De damsluis is van algemeen belang vanwege: Cultuurhistorische waarden als onderdeel van de Grebbelinie, zoals deze in een periode van 200 jaar in zes fasen is aangelegd. Architectuurhistorische waarden in het bijzonder als uiting van civiele en militair-strategische bouwkunde, die gebaseerd is op: a. het systeem van inundatie en accesverdediging (18de, 19de en 20ste eeuw), Het betreft hier een object dat in eerste aanleg een voorbeeld is van verdedigingswerken uit de periode: fase 2: 1785 -'86, versterking Ensemble waarde vanwege zijn ligging binnen het systeem van de Grebbelinie in het algemeen, in het bijzonder als onderdeel van de nog gaaf bewaarde liniedijk tussen het Werk aan de Roode Haan en de kern van de gemeente Leusden. Het object is zeldzaam omdat het een nog vrijwel compleet bestaand voorbeeld is van een 18 eeuwse damsluis voor civiele en inundatiedoeleinden.

meer