Terug naar Zoekresultaten

Bekijken

De kleine buitenplaats Sluishoef is met de witgepleisterde empire-gevel een opvallend verschijning aan de Utrechtseweg. De naam verwijst naar het er vlak voor gelegen sluisje in de Biltse Grift. Tegenwoordig is ter plekke een stuw te vinden.Het buitenhuis werd tussen 1823 en 1828 opgericht door Hendrik de Heus, een Amsterdamse knopenfabrikant.Sluishoef kent een lang industrieel verleden. Nadat in 1640 de Biltse Grift was gegraven, werd al snel het sluisje benut voor een bedrijf: de vingerhoedmolen van de Utrechter Jan Claesz. Schot. In 1808 werd het waterrad gesloopt en de erbij behorende gracht gedempt. Tot 1823 blijft de naam Vingerhoedmolen in zwang. Dat jaar koopt de Amsterdamse knopenfabrikant Hendrik de Heus het geheel. Hij bouwt een nieuw huis en gebruikt de bijgebouwen als stanserij voor koperen schijfjes voor de ’s Rijks Munt in Utrecht. Sluishoef komt in 1848 in bezit van jhr. David Jan Martens die het huis in 1858 laat verbouwen met onder meer een fraaie oranjerie aan de achtergevel. Een jaar later verkoopt hij zijn net verbouwde huis aan zijn buurman, mr. C.W.J. baron van Boetzelaer, die eigenaar is van Sandwijck.In 1963 komt niet alleen Sandwijck maar ook Sluishoef in het bezit van de Rijksuniversiteit Utrecht. In 1984 worden beide buitenplaatsen overgenomen door het Utrechts Landschap. Sluishoef, waar jarenlang G.A. van Groenekan de wereldberoemde meubels van Gerrit Rietveld in elkaar timmerde, heeft er lang verkommerd bijgestaan. Tegenwoordig is het, mooi gerestaureerd, weer particulier bewoond.

meer