Bekijken

Aan de Moedergodinnen gewijd

In de Romeinse tijd had je altijd en overal te maken met hogere machten. Die zorgden voor alles wat er gebeurde in je leven, met wat er goed ging en met wat er fout ging. Ze werden om raad gevraagd en om hulp gesmeekt, of bedankt voor hun gunsten. Dat kon in een grote tempel, maar ook in een klein heiligdom, zelfs in je eigen huis. Alle volkeren in het Romeinse rijk hadden hun eigen goden en godinnen, maar ze namen ook de Romeinse goden over, of stelden hun goden daaraan gelijk. De Romeinen zelf deden hetzelfde en lieten goden uit andere streken toe in hun godenwereld. Zolang je de keizer maar als god erkende, mocht je geloven wat je wilde. Archeologen vinden vaak tekens van het geloof terug in de vorm van amuletten, godenbeeldjes, inscripties en complete altaren. 

MATRIBVS SACRUM, `aan de Moedergodinnen gewijd.’ Zo begint de tekst op dit kleine altaar (39 cm hoog) van kalksteen. Het is gemaakt in opdracht van een zekere Gaius Iulius Respectus, die `voor zichzelf en de zijnen’ een gelofte had ingelost, `graag, met plezier,  en met reden.’ De naam van Respectus kan iedereen wel lezen, de laatste regel (V.S.L.L.M.) bestaat alleen uit afkortingen.  Toch begreep iedereen wat er stond, want die afkortingen werden vaak op zo’n `wij-altaar’ gebruikt.

Wie was Gaius Iulius Respectus, en wat voor gelofte had hij gedaan aan de Moedergodinnen? Waarschijnlijk was hij een soldaat die in het fort Fectio gelegerd was, en was hij afkomstig uit de Romeinse provincie Noricum (nu: Oostenrijk). De naam `Respectus’ kwam daar vaak voor. Naar zijn gelofte moeten we raden…

meer